2020: de Trojaanse Oorlog

‘De moeder van alle oorlogen’, zo wordt hij clichématig wel eens genoemd, de Trojaanse Oorlog, de tien jaar durende belegering van de Klein-Aziatische stad Troje door het verzamelde Griekse leger. Homerus, Europa’s eerste dichter, maakte er zijn Ilias over. Sindsdien en dankzij hem zijn de gebeurtenissen van deze oeroorlog tot onze verbeelding blijven spreken. Ook bij mij, de voorbije weken. 2020: de Trojaanse Oorlog

Stills uit Carrying my father van There There company. Even dachten de makers om de voorstelling Aeneas te noemen.

Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.

Vrijdagavond, takeaway-avond. Op weg naar huis luister ik in m’n dampende auto naar een boeiend radiogesprek over een van de vele geplande toneelvoorstellingen die het slachtoffer zijn geworden van corona. Carrying my father gaat over dragen en gedragen worden, vertellen hand-op-handacrobaat Toon Van Gramberen en zijn vader Eugeen. Vier acrobatische zonen en hun vier ouder wordende vaders, wel ja, dragen het theaterstuk. Of moet ik zeggen: de circusact? Mannelijke lichamelijkheid, het is een raar ding: het gaat van knuffelcontacten met baby’s en kleuterzoontjes tot ongemakkelijke intimiteit met pubers en wat daarop volgt. Tot je als vader symbolisch de bovenpartner wordt. Die gedragen wordt. In volle vertrouwen.

Ik denk, net als de makers van het stuk, aan de archetypische vaderdracht: Aeneas die zijn vader Anchises op zijn rug evacueert uit hun brandende en geplunderde vaderstad Troje, met aan zijn hand z’n zoontje. De Romeinse dichter Vergilius beschrijft de scène: ‘Kom dan, papa, ga op mijn rug zitten. Ik reik je mijn schouders, die last zal voor mij niet zwaar zijn.’ In oktober bewonderde ik het vader-en-zoon-duo live in Rome, in het zeventiende-eeuwse marmer van beeldhouwer Bernini, in het museum Galleria Borghese.

Zaterdagmiddag. Naar de boekhandel, essentiële voeding voor de geest. Want een vriendin raadde mij enkele weken geleden met enthousiaste stelligheid het boek De stilte van de vrouwen aan, van de Engelse schrijfster Pat Barker. Het onderwerp, opnieuw: de Trojaanse Oorlog, maar dan verteld door de ogen en in de woorden van Briseïs, aanvankelijk de slavin van de Griekse held Achilles. Barker doet wat ook de Griekse tragedieschrijver Euripides al deed: slachtoffervrouwen hun relaas over de oorlog laten brengen. Barker zegt daarover: ‘Ik zou willen dat de lezers de gelijkenissen zien met de Jezidi-vrouwen in Syrië en met de vrouwen in Congo die het slachtoffer werden van systematische groepsverkrachtingen.’ (We zijn inmiddels twee weken verder en ik ben mijn vriendin hartsgrondig dankbaar: wat een verpletterend boek schreef Barker.)

Ik snuister nog wat rond in de boekhandel om te vinden wat ik niet zoek. Mijn oog valt op de stapeltjes met de pas verschenen derde turf die Bekende Brit Stephen Fry in korte tijd schreef met navertelde Griekse mythen. Alles wat Fry doet, verandert in bestsellergoud. Dit is de titel van zijn nummer drie: Troje. Een verhaal van liefde en oorlog.

‘Troje’ blijft dus maar nazinderen. Ik denk aan een uitspraak van Piet Chielens, coördinator van het Ieperse museum In Flanders Fields, die bij mij is blijven hangen. Nee, de geschiedenis herhaalt zich niet. En ja, de mechanismen waardoor een oorlog ontstaat en waarmee zo’n oorlog verloopt en afloopt, die herken je wél door de tijden heen. Of het nu honderd of een dikke drieduizend jaar geleden is. De boomloze kale Westhoek en het brandende Troje: één front.

Mijn Leuvense takeaway-restaurant heet Palmyra, de antieke prachtstad en sinds enige tijd ook de stad van de onuitwisbare gruwel van IS. De oorlog in Syrië duurt inmiddels tien jaar. Even lang als de Trojaanse. Enkele weken geleden zag ik de documentairefilm For Sama, die zich in de Syrische stad Aleppo afspeelt. Daarin dragen vaders hun jonge zoontjes. Zoals je het verwacht. Carrying my son.

Alleen: die scènes zijn onverdraaglijk. De zoontjes in de armen van hun vaders zijn dood.

En tussen graven van jonge dode zonen heb ik in mijn Westhoekse jeugd verstoppertje gespeeld.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Reacties

  1. Prachtige blog van Patrick De Rynck. De waarden van de Oudheid blijven inspireren. Iedere blog
    zet je aan het denken, aan het doordenken….. daar heeft de wereld in deze corona-tijd nood aan.

  2. “En tussen graven van jonge dode zonen heb ik in mijn Westhoekse jeugd
    verstoppertje gespeeld…”

    Wat een ontroerend-mooie zin,
    bij het einde van deze indringende mijmering.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *