ALLES GOED MET UW FIBULA?

Het Latijn is nog altijd een wereldtaal… Als u nu denkt: ‘Oei, de gastblogger van het Gallo-Romeins Museum vertoont tekenen van psychotische wanen’, dan heb ik, de gastblogger in kwestie dus, een goede raad: lees gewoon verder. En wees vooral gerust. Het gaat al bij al behoorlijk goed met mij. ALLES GOED MET UW FIBULA?

De kleine heremietkreeft (Diogenes pugillator). Foto: Hans Hillewaert (CC BY-SA 4.0)

Kent u de kleine heremietkreeft? Ik ook niet, tot voor kort. De kleine heremietkreeft komt sinds een aantal jaar massaal voor in onze wateren, zo leren mij de gespecialiseerde sites op het net. Het beestje kan tot 2,5 centimeter groot worden en heeft maar liefst tien poten. Je zou voor minder rare wanen beginnen te koesteren. Het kwetsbare achterlijfje van het kreeftje is, ik citeer een van die sites, ‘zacht, worstvormig en gedraaid’. En nu komt het: ‘Ter bescherming leven volwassen dieren in kleine slakkenhuisjes, zoals tepelhoren, fuikhoren, wenteltrapjes’.

Waarom zei ik: ‘En nu komt het’? Omdat de Latijnse en dus officiële naam van mijn kleine heremietkreeft luidt: Diogenes pugillator, Diogenes de bokser. Dat woord ‘bokser’ komt van het feit dat onze kleine heremietkreeft blijkbaar behoorlijk kan knokken om eten, seks en huisvesting. Maar mij interesseert hier vooral de geslachtsnaam Diogenes: die komt natuurlijk van de bekende Oudgriekse filosoof die in een pot leefde. Diogenes’ pot werd in de latere schilderkunst doorgaans een ton. Van de pot of de ton van Diogenes naar het slakkenhuis dat de kleine heremietkreeft achter zich aan sleept als woonst: ik snap de naamgevers van Diogenes pugillator helemaal.

Het moet mij even van het hart, in deze warme kersttijd: deze blog is voor mij een zalige plek. Ik kan het hier zomaar over de kleine heremietkreeft hebben, zonder mij tegenover het Gallo-Romeins Museum en zijn subsidieverstrekkers te hoeven verantwoorden. En als ik mij zou moeten verantwoorden – quod non – dan zou ik het volgende zeggen: ‘De pitch van deze blog is “de oudheid is overal”. Wel, beste museum, dat uitgangspunt wordt tot op vandaag letterlijk waargemaakt in minstens drie domeinen: het plantenrijk, het dierenrijk en de anatomie. Want in die drie domeinen wordt nog altijd wereldwijd het Latijn gebruikt, de taal van de Romeinen.’ Dat zou ik antwoorden als ik tot de orde werd geroepen.

En ik zou nog een stap verder gaan in mijn fictieve verantwoording. Ik zou ook nog het volgende zeggen: ‘In die anatomie en in dat planten- en dierenrijk levert de oudheid bovendien volop inspiratie voor het geven van namen.’ En ik zou dan verwijzen naar mijn kleine heremietkreeft ofte Diogenes pugillator en mijn Oudgriekse filosoof. Of pakweg naar het geslacht Hydra en al de poliepen die daaronder thuishoren en waarvan het soms lijkt alsof ze meerkoppig en veelnekkig zijn. Daar halen die poliepen hun naam vandaan, Hydra: dat was in de oudheid het veelkoppige monster dat Hercules tijdens een van zijn twaalf werken klein kreeg. Of liever: dood kreeg. En ik zou ook de Herculeskever noemen, die naar verluidt tot 850 keer zijn eigen gewicht kan heffen. Was ik een Herculeskever, dan torste ik moeiteloos circa 70.000 kilogram. Enzoverder. Ik zou hier overmorgen nog bezig kunnen zijn, maar ik snap dat de eindejaarsfeesten wenken en dat uw tijd kostbaar is.

Hydra viridissima Frank Fox 2012. CC BY-SA 3.0 DE
De Hydra viridissima. Foto: Frank Fox (CC BY-SA 3.0 DE)

Ik ga stilaan besluiten. Weet u wat een fibula is? Ja, natuurlijk weet u dat als u al eens een museum als het Gallo-Romeins Museum bezoekt. Een fibula is een mantelspeld uit de Romeinse tijd, en je hebt fibulae in veel maten en vormen. Ik zal u niet tegenspreken. Maar wist u dat ons hele wandelende leven eigenlijk gebaseerd is op onze hoogstpersoonlijke twee fibulae? Want fibula is in de anatomie de Latijnse naam voor kuitbeen, en die naam komt, althans volgens ons aller Wikipedia, van het feit dat (ik citeer) ‘een doekspeld ongeveer dezelfde vorm heeft als het bot’. Laten we zeggen dat Wikipedia hier ietwat raadselachtige taal spreekt: hebt u bij het zien van een Romeinse fibula al aan de vorm van uw kuitbeen gedacht? Ik kan niet voor iedereen spreken, maar zelf maakte ik die associatie nog niet.

Ik zak helemaal tot slot nog wat dieper weg dan het kuitbeen. Digitus minimus is de Latijnse naam van uw kleine teen. Als het om het rechterexemplaar gaat, voegt u daar ‘dexter’ aan toe, bedoelt u uw linker kleine teen, dan wordt het ‘digitus minimus sinister’. ’t Is dat u het weet voor uw volgende doktersbezoek. En mocht uw kleine teen scheef staan en pijn doen, dan moet u bij uw arts melding maken van een ‘digitus minimus varus’, dexter of sinister. Zij of hij of die zal meteen begrijpend knikken.

Ik ben in deze blog van klein naar nog kleiner gegaan: van de kleine heremietkreeft ofte Diogenes pugillator, goed voor 2,5 centimeter, naar de digitus minimus ofte kleine teen, goed voor à peu près 1 centimeter. En dat allemaal om u alleen maar te zeggen: het Latijn is inderdaad nog altijd een wereldtaal. In de anatomie, het dierenrijk en ook in het plantenrijk dat ik hier wel noemde, maar verder schromelijk verwaarloosde. Ja, ik weet het, deze reeks blogs over de oudheid in uw leven dreigt eindeloos te worden.


Trigger voor deze blog: de ontdekking dat een aantal dieren genoemd is naar mythologische of historische personages uit de oudheid. Het lezen van het pasverschenen boek ‘Diogenes. Leven en denken van een autonome geest’ van Inger Kuin.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *