Weg met het doemdenken!
Doemdenken. Sombere, pessimistische gedachten koesteren over de toekomst. Het woord is intussen zo ingeburgerd geraakt dat je zou vergeten dat het een eind-20ste-eeuws begrip is, gemunt door de Nederlandse heren Van Kooten en De Bie. Intussen gebruiken we het allemaal. Misschien zelfs iets te vaak. Maar wat heeft dat nu weer met de oudheid te maken?
Marcus Aurelius in zijaanzicht, marmer. Parijs, Musée du Louvre. Foto: Bradley N. Weber
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Ik citeer om te beginnen journalist Ruben Mooijman, die gespecialiseerd is in economische zaken. Hij schreef een goede maand geleden een stuk met de titel ‘Hoe doemdenken de wereld bepaalt’. Aanleiding was een lezersmail over waar het zogenaamd urgent dreigende kerosinetekort in de luchtvaart nu eigenlijk bleef. Ik citeer Mooijman: “De hardnekkigheid waarmee we blijven doemdenken is des te merkwaardiger, omdat tweeduizend jaar geleden door de stoïcijnen al werd onderkend dat die onze blik op de werkelijkheid vertroebelt. ‘Uw lijden wordt niet veroorzaakt door een kracht buiten uzelf,’ wist Marcus Aurelius al. ‘En evenmin door verandering van de omstandigheden waarin u zich bevindt, maar door datgene in uzelf dat bepaalt of iets slecht is.’” Einde citaat. Mooijman gaat vervolgens in op de ingrijpende gevolgen van al dat doemdenken. Overheden, energieverbruikers, consumenten, beleggers: allemaal laten we er ons soms of vaak door leiden.
Geen idee of Mooijman gelijk heeft, maar mij gaat het er natuurlijk om dat hij de Romeinse keizer Marcus Aurelius als antieke stoïcijn te hulp roept. De wat naïeve ondertoon bij de journalist is: waarom blijven we toch doemdenken als de stoïcijnen ons al tweeduizend jaar geleden waarschuwden om dat vooral niet te gaan doen? Tja, omdat mensen mensen zijn, vermoed ik, of ze nu tweeduizend of twintig jaar oud zijn.
Ik begon deze laatste blog voor het zomerreces met het woord ‘doemdenken’, waar ik op kwam omdat een journalist het in verband bracht met Marcus Aurelius. Om hem is het mij uiteraard te doen. Want zo ongeveer op de dag waarop ik Mooijmans krantenstuk las, stond ik in een Vlaamse boekhandel, in de afdeling Filosofie. Daar zag ik onder meer deze recente boeken: een nieuwe Nederlandse vertaling van Marcus Aurelius’ titelloze boek dat bij gebrek aan beter bijvoorbeeld Persoonlijke notities of Aan zichzelf wordt genoemd. In Ben Schomakers’ nieuwe vertaling luidt de titel: Voor eigen gebruik. Er lag ook een nieuwe Engelse vertaling van hetzelfde werk. En een boek dat heet De droom van Marcus Aurelius. Van filosofie naar levenskunst. En weer een ander boek dat ons wil inleiden in het antieke stoïcisme, met Marcus Aurelius in de hoofdrol… Ik begon te begrijpen waarom de lessenreeks Grieks-Romeinse filosofie die ik in oktober en november in het Gallo-Romeins Museum hoop te geven, in een mum van tijd volzet was.

Illustratie: Fragment van een kop in brons van Marcus Aurelius, na 170 n. Chr. Parijs, Musée du Louvre. Foto: Maria-Lan Nguyen
Ik eindig dit blogjaar met nog een fan van Marcus Aurelius: de Nederlandse schrijver Rob Van Essen, de partner van auteur Lize Spit. Hij kampt met een neurodegeneratieve aandoening. Recent vroeg een journalist hem: “Helpt het stoïcisme om uw neurologische lot te aanvaarden? Heeft u wat aan zinnen zoals ‘De dingen zijn niet erg, je víndt de dingen erg’?” Dit is het antwoord van Van Essen, tot besluit. Ik citeer: “In een van zijn boeken schrijft Marcus Aurelius: ‘Als je dood dreigt te gaan, kan je wel mopperen dat je in dit stuk nog maar drie akten hebt meegespeeld, maar misschien bestáát jouw stuk helemaal niet uit vijf akten.’ Dat inzicht heeft me geholpen om niet langer bang te zijn voor de dood. Al verlang ik er ook niet excessief naar.” Einde citaat. Met vervolgens tussen haakjes: (lacht)!
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


