Annus horribilis

Deze aflevering van mijn gastblog wordt een soort nieuwjaarsbrief. Ik legde mezelf de volgende opdracht op: schrijf een tekst over 2020, en dus onvermijdelijk ook over corona, met daarin zoveel mogelijk woorden, begrippen of personages die direct verband houden met de Grieks-Romeinse oudheid en die, als het even kan, vaak in de media werden gebruikt. En houd het vooral verstaanbaar. Hier gaan we.

Annus horribilis

Lectrr: de Griekse reus Atlas torst de coronawereld. Eerder verschenen in De Standaard van 24 november 2020. – Copyright: Lectrr

Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.

Laten we eenvoudig beginnen: het was voor ons allemaal een annus horribilis, een vreselijk jaar. Dat hebben we te danken aan corona, en dat is het Latijnse woord voor ‘krans’. Kijk naar tweedimensionale visuele voorstellingen van het beruchte virus en zijn uitsteeksels en je begrijpt het. Virus was overigens bij de Romeinen het Latijnse woord voor ‘slijm, gif, gal’, zegt mijn woordenboek. De pandemie raakt het hele volk – en dat is meteen ook de Oudgriekse etymologie van een woord waarin je ‘pan’ en ‘dèmos’ herkent.

Die pandemie is volgens sommigen ontstaan omdat wij, mensen, ons te veel als Prometheus gedragen, de Griekse antiheld die bij de goden het vuur ging stelen: we kennen onze plaats niet meer. Andere opiniemakers vergeleken de mensheid met Icarus, de jongeman die zich in al zijn jeugdige hybris onaantastbaar waande, te dicht bij de zon vloog en neerstortte. Het gevolg van corona is dat we met z’n allen allemaal een beetje Atlas zijn geworden, de mythische reus die het gewicht van de wereld torst. Zie de illustratie van Standaard-cartoonist Lectrr. Of we zijn omgekeerde Midassen: alles wat deze ongelukkige koning aanraakte veranderde in goud. Alles wat wij aanraken is misschien besmet. De twee levens zijn onleefbaar.

Hoe dan ook, COVID-19 dwong wereldwijd de autoriteiten – van auctoritas: gezag – tot strenge, draconische maatregelen, naar het voorbeeld van de oude Atheense wetgever Draco. Dat frustreerde ons in hoge mate – van frustrare, teleurstellen, foppen. We gingen met z’n allen aan de video-chat, vreesden een recessie en hoopten op een vaccin. Dat laatste is dan weer een 19de-eeuws woord dat is ontstaan in koeienpokkensfeer: in het Frans heet die ziekte vaccine (denk aan vache, koe) en in het Neolatijn variolae vaccinae. Een beetje Romein zei vacca tegen een koe. Nu goed, een uitgekiende exit-strategie kan intussen wel soelaas en perspectief brengen. Exit komt van exire (buitengaan), soelaas van solacium (troost) en perspectief van perspicere (door-kijken). O, wat een heerlijk feest is etymologie toch. Het opent zoveel deuren. Een bijzonder aangenaam tijdverdrijf, bijvoorbeeld voor wie in quarantaine moet. Ooit was quarantaine een isolement – van insula: eiland – van veertig dagen tegen de pest. In het Latijn is veertig quadraginta en dat zit nog in ons woord quarantaine.

In alle paniek – van de geitgod Pan, die mensen schrik aanjoeg – was er ook de wijze raad om ons wat meer stoïcijns te gedragen, en zelfs om er de oude stoïcijnse filosofen erop na te slaan. Gelukkig hadden we ter ontspanning nog de quiz De Slimste Mens ter Wereld, waarin Eric Van Looy festina lente uitbeeldde, de succesvolle uitdrukking van de Noord-Afrikaanse Romein Apuleius. We vernamen ook dat je elkaar in de populaire app Strava kudo’s toekent voor je sportprestaties – van het Oudgriekse woord voor ‘roem, faam’ – en dat ook dinosaurus een Oudgrieks woord is, al is het dan pas in de negentiende eeuw bedacht. Het betekent ‘vreselijke hagedis’.

Is wat ik in deze aflevering van mijn blog doe niet een beetje gratuit? Banaal zelfs? Ik ben overtuigd van niet. Het is juist het gewone en de banaliteit van de massa linkjes van onze tijd met Grieken en Romeinen die er de kracht van uitmaken. Zoals het dagelijkse samenleven bepaalt hoe een relatie is, niet die ene exotische reis. Ik besluit met Cicero: Quo usque tandem, corona, abutere patientia nostra? Hoe lang nog, corona, zul je ons geduld op de proef stellen? Dat is op één woord na letterlijk de eerste zin van zijn eerste redevoering waarin hij zijn tegenstrever Catilina met woorden elimineert. Ik hoop dat u dankzij deze blog heeft kunnen voelen dat de oudheid omnipresent is, ook in temporibus suspectis, de tijden vol wantrouwen die we momenteel beleven. Quod erat demonstrandum.

Post scriptum: en als je ’s avonds in de zetel denkt: ‘Nu moet ik even niets meer weten van heel die oudheid en dat verfoeide coronavirus’, en je neemt je toevlucht tot pakweg een Duvel Tripel Hop, dan is het toch niet weer van dat, zeker? Op het nieuwe etiket prijkt een driekoppig gevleugeld monster, linea recta ontsnapt uit een antieke mythe. Met drie hoppebellen als koppen. Een mens wordt er zowaar paranoïde van. Van het Griekse para (naast) en nous (geest). Etcetera.

Ik wens u allen een annus dat het tegendeel van horribilis mag worden.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Reacties

  1. Eindelijk eens geen verkleutering, noch vulgariteiten of cynische opmerkingen, maar heerlijke
    bevindingen van een erudiet, die ons weer bij de wortels van “Onze Europese Beschaving” brengt.
    Dank U zeer, Heer P.De Rynck….Wij hebben ervan genoten. Het is te hopen en meteen uitkijken, of U ons elke dag mag vergasten op zulk festijn, waar nog weinigen enig idee van hebben.
    Wie waren weer die individuen, die geen Grieks-Latijn meer wilden doceren in de humaniora?
    Zij hebben een enorme rijkdom vergooid en geruild voor de zaken van de “markt”!
    Money! Money!… En geestelijke armoede overal!
    “Arm Vlaanderen”,… zei ooit iemand…

  2. Wàt een blog!
    En zo is mijn stelling, op een heerlijk-ludieke manier, weer eens bewezen:
    “We spreken allemaal Latijn,
    we spreken allemaal Grieks!”

  3. Wat zou mijn Papa, zelf classicus, gelukkig geweest zijn met Uw leuke initiatief en de presentatie ervan.
    Hartelijk dank, M De Rynck en…proficiat.

    Mieke Herbots America

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *