DAAR IS DE LENTE!

19 maart 2022. In Kiev leggen mensen een verzameling tulpen op de grond, ik vermoed op het Onafhankelijkheidsplein. Het bekende Maidan. Een vrouw die meedoet zegt: ‘Ook in Kiev willen wij het gevoel van lente vieren.’ De nood aan een kleurrijk lentegevoel, hoe broos ook, is krachtiger dan de angst voor een kille, brute, grijze oorlog. DAAR IS DE LENTE!

Tulpen in Spivoche Pole (Het Zingende Veld) in het groene hart van Kiev. Foto Zeynel Cebeci, mei 2018

Zou het universeel zijn? Het gevoel dat mensen bekruipt als er na koude en donkere wintermaanden plotseling voor het eerst een warmere wind waait en de eerste voelbare zonnestralen de huid strelen. Als frisse geuren langs onze neusvleugels strijken, prille bloesems openbarsten en boeren hun velden weer op gaan. Ramen zwieren open en dekbedden worden verlucht, zonneterrassen lopen vol, joggers doen het weer in korte broek, de eerste fietsfiles worden gemeld. ‘Daar is de lente, daar is de zon. Bijna, maar ik denk dat ze weldra zal komen,’ zingt zanger Jan De Wilde. En dan volgt er iets over een fallus impudicus.

Tweeduizend jaar geleden deed de Romeinse dichter Horatius het Jan De Wilde voor. Een van zijn gedichten begint zo, in vertaling: ‘De gure winter wordt zacht door de welgekomen terugkeer van de lente en de westenwind.’ Zijn oudere collega Lucretius, die betoogt dat de goden zich in het geheel niet bemoeien met ons mensenbestaan, begint zijn grootse gedicht De rerum natura, Over de natuur der dingen, toch ook met een lofgebed voor Venus, de godin van de liefde en van de lente. Want ook dat is een vaste associatie: lente, dat is leven, en leven dat is liefde en enige wellust. De fallus impudicus van Jan De Wilde. Lucretius: ‘Zodra de aanblik van een lentedag zich opent en een vruchtbare en weldadige zoete bries vrij spel krijgt, kondigen als eersten de vogels in de lucht uw komst aan, milde Venus, en springt het vee onstuimig door het welig weiland.’ Een anonieme dichter van een laat-Latijns lentegedicht zegt het zo, in de vertaling van Patrick Lateur: ‘Alles is liefde en harmonie, en al wat vleugels heeft, huwt in lentetijd. Morgen moet de liefde komen bij wie nooit heeft liefgehad, bij wie ooit heeft liefgehad, moet de liefde morgen komen.’

De lente lijkt dus al enkele millennia het seizoen waarin ook mensen openbloeien, een antidepressivum op zichzelf. Nog eentje, om het af te leren. Als de Oudgriekse auteur Loukianos in de tweede eeuw na Christus het leven op het Eiland van de Gelukzaligen beschrijft, een soort paradijselijke hemel zou je kunnen zeggen, schrijft hij: ‘Eén jaargetijde hebben ze maar: het is er altijd lente. Er is daar ook maar één wind: zefier, de westenwind.’

En toch, en toch. April is the cruelest month, luidt een beroemde versregel van de Engelse dichter T.S. Eliot. Hij publiceerde die kort na de Spaanse Griep van een eeuw geleden, ook een pandemie. Waarom is april volgens Eliot wreed? Omdat de lente altijd weer verwachtingen wekt die vervolgens niet of maar half worden ingelost. Horatius vertolkt in het gedicht waaruit ik al een vers citeerde een andere urgente lentegedachte die nog pregnanter oogt: nu moet je de liefde vieren, schrijft hij, want straks is het gedaan. Het leven is kort en dat maakt langetermijnhoop vergeefs: ‘Straks zal de nacht je beklemmen.’ De natuur mag dan jaar in jaar uit cyclisch herleven, tot in de eeuwen der eeuwen, voor ons, mensen, geldt dat niet. Ons leven verloopt linea recta, in een rechte lijn.

Een reden te meer om ook van deze lente weer volop te genieten, als het kan.

 

Trigger voor deze blog: een reportage over Kiev op 19 maart, en natuurlijk de eerste lentedagen.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Reacties

  1. Dankjewel, FH!
    Weetje: ‘carpe diem’ staat in een ‘wintergedicht’ van Horatius!
    Groet!
    PDR

  2. Inderdaad, Ode I, 11. Mijn inziens in alle seizoenen toepasbaar, zeker ook in deze onvoorspelbare tijden. Weliswaar zonder hedonistische uitspattingen, maar volgens de aurea mediocritas (Horatius, Ode II, 10).

  3. Het goede, het schone, de liefde blijken gelukkig steeds uiteindelijk sterker dan de dood, het verderf en de haat!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *