De kunst van het citeren
Doen we het niet allemaal wel eens? Een goed citaat gebruiken in een tekst, vastkleven op onze ijskast, boven ons bed hangen? Een uitspraak die ons aanspreekt? Dat kan problemen opleveren, bewezen onlangs een slordige Gentse rector in een toespraak, en een al even slordige Leuvense oud-rector in een boek. Citeren is een heel oude traditie…
Illustratie 1: een reflecterend ‘oog’ met eromheen in het Oud-Grieks en het Latijn een van de bekendste citaten uit de oudheid: “Gnoothi sauton” of “Cognosce te ipsum”: “Ken jezelf”. Te zien in het kasteel Buonconsiglio in Trento. Foto: Rahmspinat
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
“Omnia vota valeatis”, “Mogen alle wensen waar worden”. Dat driewoordenzinnetje stond in 79 na Christus te lezen op een muur in Pompeii toen de stad van de aarde verdween, samen met de wensen van de schrijver. Het zinnetje is een wat vervormd citaat van de Romeinse dichter Ovidius. Elders in Pompeii kon je hier en daar citaten lezen van de dichters Homeros, Vergilius, Propertius… Naast minder verheven gekribbel, in de trant van “Pituita me tenet”, “Ik ben verkouden”.
Ik begon deze blog met een antiek citaat omdat citeren al in de oudheid een zeer gangbare praktijk was, tot op Pompejaanse muren dus. En nog veel intenser in échte teksten. Zo komt het dat bijvoorbeeld de Griekse filosoof Plato wel eens uitspraken van de Oudgriekse tragedieauteur Euripides aanwendt om zijn betoog te staven of aantrekkelijker te maken, en dat de Romein Cicero in zijn vele brieven soms de grote Griek Homeros citeert. In het Grieks, uiteraard. De epen van schoolauteur Homeros, de Ilias en de Odyssee, waren de hele oudheid door dé grote citatenleveranciers. Plato en Cicero – en dat zijn maar twee van de vele voorbeelden – penden hun citaten overigens neer in internetloze en bibliotheekarme tijden. Het is lang niet altijd duidelijk hoe zij die citaten bij de hand hadden, maar we weten wel dat het geheugen van mensen in de oudheid naar onze normen tot fenomenale prestaties in staat was.
Blijkbaar houden wij, mensen uit alle tijden, van goed geformuleerde, strakke oneliners en wijsheden die al dan niet afkomstig zijn van Bekende Medemensen, die al dan niet lang geleden leefden. Het zijn ‘gevleugelde woorden’, zoals Homeros zelf ze zo mooi noemde. Vrij vertaald: woorden die door de tijd vliegen. En blijven vliegen. Ze zorgen voor houvast, ze stralen gezag uit, ze laten zien dat je belang hecht aan traditie en ze geven aan je woorden een air van tijdloosheid én ook van eruditie, belezenheid.
Intussen leven we 2400 of 2000 jaar na Plato, Vergilius en Cicero en citeren wij op onze beurt gretig puntige uitspraken uit de Grieks-Romeinse oudheid. Zoals mensen dat in de oudheid dus ook al deden. “Gnoothi seauton” of “Ken jezelf”, “O tempora, o mores”, “Alea iacta est”, “Divide et impera”, “Pecunia non olet” enzoverder enzovoort, u kent ze wel. Ik moet kandidaat-citeerders wel waarschuwen: er circuleren op het internet nogal wat zogenaamde citaten van Plato, Sokrates, Cicero, Seneca, Marcus Aurelius enzoverder enzovoort die bij nader inzien ofwel verzonnen citaten zijn, ofwel fout zijn vertaald, ofwel zijn vervormd, zoals dat met mijn begincitaat uit Pompeii ook al het geval was. Een goede raad: dubbelcheck als je wil gaan citeren en als je niet voor schut gezet wil worden omdat je citaat vals, fout of onbestaand blijkt te zijn.

Illustratie 2: Er worden ook gretig variaties bedacht op antieke citaten. Keizer Vespasianus stelde bij de invoering van een belasting op de handel in urine: “Pecunia non olet”. Dat wordt op het Waterlooplein in Amsterdam: “Pecunia olet”. Foto: Beriebo
Dat doet mij denken aan een liefhebber van tattoos die op zijn lijf een variant liet aanbrengen van misschien wel de meest succesvolle oneliner en quote aller tijden: “Carpe diem”, “Pluk de dag”, een metafoor uit de tuinbouw die de Latijnse dichter Horatius heeft bedacht. Die tattooliefhebber van mij dacht: en de nacht dan? Moet ook die niet geplukt worden? En vervolgens liet hij op zijn bovenarm de zelfverzonnen variant “Carpe noctum” aanbrengen. Jammer genoeg moest dat in correct Latijn “Carpe noctem” zijn.
En zo ben ik weer beland bij mijn Gentse en Leuvense rector en oud-rector. Ook zij hebben niet goed opgelet toen ze citeerden in hun toespraak en hun boek. O tempora, o mores. Maar ik wil eindigen waar ik begonnen ben. In Pompeii: “Omnia vota valeatis”, ‘Mogen alle wensen waar worden’!
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


