Een contactgestoorde geilaard
“Dat bij de Romeinen een #MeToo-beweging geen schijn van kans zou hebben gehad, is een open deur, maar men mag rustig aannemen dat ook Romeinse vrouwen, tot welke laag van de bevolking ze ook behoorden, seksueel geweld evenzeer verafschuwden als wij dat tegenwoordig doen.” Einde citaat.
Gianlorenzo Bernini, Apollo en Dafne (detail), ca. 1622-1625. Rome, Galleria Borghese (Foto: Alvesgaspar)
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Dat citaat komt van de zeer erudiete en gerespecteerde Nederlandse classicus, dichter en essayist Piet Gerbrandy, in een nieuw boek met essays van hem: Het woord en de wereld, is de titel. Gerbrandy gaat voort: “Niet voor niets is het verhaal van de verkrachting van Lucretia, dat vooral bekend is in de versie van Ovidius’ tijdgenoot Livius, een standaardvoorbeeld van misselijkmakend machtsmisbruik geworden.” Einde citaat. Lucretia werd volgens Livius verkracht door de zoon van de laatste Romeinse koning, en dat gewelddadige gebeuren werd een legendarisch kantelpunt in de Romeinse geschiedenis. Even later was het gedaan met het koningschap en was de republiek een feit.
In zijn essay over foute mannen lanceert Piet Gerbrandy een opmerkelijke en frontale aanval op een van de bekendste teksten en auteurs uit de oudheid: de Metamorfosen van Ovidius. Dat is bij ons in de Nederlandse vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema zowat een bestseller. Het boek uit 1993 is inmiddels aan zijn 26ste druk toe. En verhalen uit de Metamorfosen zijn tot op vandaag schoollectuur. Ovidius en zijn vertellingen hebben veel fans, mogen we wel zeggen, ook in de beeldende kunsten.

Illustratie: Auguste Rodin, Pygmalion en Galatea, ca. 1908. New York, Metropolitan Museum of Art.
Ik citeer opnieuw Piet Gerbrandy: “In Metamorfosen is aanranding routine geworden. […] In de honderdvijftig verhalen waaruit het werk is opgebouwd wordt een keer of veertig seksueel geweld toegepast (gemiddeld eenmaal per tien bladzijden.” Gerbrandy noemt Jupiter “de Harvey Weinstein van de oudheid”. Dat zijn zware woorden. Eén van die honderdvijftig verhalen is dat van Pygmalion, de man die verliefd wordt op een beeld van een vrouw dat hijzelf heeft gemaakt. Het beeld of de vrouw komt door zijn aanrakingen tot leven en wordt zelfs zwanger. Van oudsher wordt Pygmalion gezien als een soort ideale kunstenaar, een man die erin slaagde om dode materie tot leven te wekken en te bezielen. Niet zo bij Piet Gerbrandy. Hij noemt Pygmalion “een engerd van de eerste orde” en “een contactgestoorde geilaard”. Dat deed voor hem overigens ook al de Amerikaanse succesauteur én classica Madeline Miller.
Gerbrandy roept in zijn essay een vraag op die de jongste jaren al vaker is gesteld, niet toevallig ook en vooral in de Verenigde Staten: “Veel van Ovidius’ verhalen,” schrijft hij, “zou ik als leraar niet aan mijn pupillen durven voorleggen, omdat ze over traumatische ervaringen gaan.” En omdat Ovidius ze vaak op een zo laconieke wijze vertelt, voegt hij daaraan toe. Sommigen in de VS gaan nog veel verder: hardliners willen boeken als de Metamorfosen tot verboden lectuur uitroepen, bijvoorbeeld aan universiteiten.
Aan het eind van deze blog zoom ik even uit: de visie van Gerbrandy op Ovidius en op diens aangebrande verhalen over zwaar grensoverschrijdend gedrag is een mooi voorbeeld van hoe elke tijd de klassieken anders leest. Ik kan dat concreter formuleren: onvermijdelijk worden wij, lezers van de 21ste eeuw, bij onze lectuur van pakweg de Metamorfosen beïnvloed door die eigen tijd van ons. Dat is, ik weet het, een dooddoener, maar die dooddoener stemt je bij het lezen van de ferme stellingen die Piet Gerbrandy huldigt, wel tot nadenken. Van de ultieme kunstenaar is Pygmalion de ultieme engerd geworden.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


