EEN FABELACHTIGE BLOG
Er zijn maar weinig genres in de literatuur die zo oud zijn, zo continu aanwezig zijn gebleven en ook nog eens zo wereldwijd verspreid zijn als de fabel. Fabels werden vierduizend jaar geleden al verteld in Mesopotamië, en tot in onze tijd blijven er volop beestige vertellingen verschijnen, als ik ze zo mag noemen. Zeker in literatuur die zich richt tot kinderen. Fabels lieten ook hun sporen na in onze dagelijkse taal…
Kenteken van het voormalige café The Golden Egg aan de Kilburn High Road in Londen. Foto: Mike Quinn
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
‘Dat de vakbonden recent staakten om bovenop de index nog meer te krijgen, is onaanvaardbaar. Als zij de crisis afwentelen op de kmo’s, dan slachten ze de kip met de gouden eieren.’ Aan het woord is Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van de Unie van Zelfstandige Ondernemers, kortweg Unizo. Of het steek houdt wat Van Assche zegt, laat ik hier in het midden.
Mij gaat het in deze blog om wat Van Assche ‘de kip met de gouden eieren’ noemt. Ik weet niet of hij het weet, maar zijn kip haalt de gedelegeerd bestuurder bij niemand minder dan Aisopos, de legendarische vader van het fabelgenre in het Westen. Als de oude Griek Aisopos echt bestaan heeft, wat we niet weten, dan leefde hij ergens in de zevende of zesde eeuw voor onze tijdrekening.
Een van de korte en behoorlijk absurde fabels die op zijn naam staan, gaat zo: ‘Een man bezat een mooie kip die eieren van goud legde. Omdat hij veronderstelde dat er in haar buik een grote voorraad goud zat, slachtte hij zijn kip. Er bleek geen enkele verschil met de andere hennen te zijn. In zijn hoop om in één klap rijk te worden, was de man ook nog eens zijn buitenkansje kwijtgeraakt.’ Einde. De moraal van dit behoorlijk absurde verhaal luidt: geduld gaat boven hebzucht. Of ook: hoe meer iemand heeft, hoe meer hij wil hebben.
Die tijdloze moraal van zo’n kort verhaaltje is meteen ook de verklaring van de blijvende populariteit van de fabel als genre: fabels brengen heel in het kort levenswijsheden. Eeuwige waarheden die worden verpakt in fictieve anekdotes, waarin dieren vaak een hoofdrol spelen. Fabels vertellen fantasierijke realiteiten. Ze maken abstracte gedachten concreet. Bijvoorbeeld hoe de natuur en de aard van de mens eigenlijk niet veranderen. Dat is het eeuwig vitale thema van veel fabels.
‘Het leeuwendeel van onze inkomsten komt uit de ticketverkoop’: zo klonk het eind december bij het Belgisch Stripcentrum, dat het Stripmuseum runt. Wel, ook dat woord ‘leeuwendeel’ komt uit een Oudgriekse fabel van Aisopos. Daarin gaan een leeuw en een wilde ezel samen op jacht en op het eind eist de leeuw de hele buit voor zichzelf op. Het leeuwendeel, dus. Moraal van het verhaal: vertrouw de machtigen der aarde niet. Ze plukken je kaal, om in dierentermen te blijven.
‘De kip met de gouden eieren’ en een woord als ‘leeuwendeel’ zijn voorbeelden van hoe fabels van Aisopos tot in onze dagelijkse taal zijn doorgedrongen. Net zoals ‘met andermans veren pronken’ enzoverder enzovoort. Maar ook de inhoud van een aantal van die stokoude Griekse fabels kennen velen van ons. Ze worden namelijk voortdurend opnieuw verteld en herverteld, en behoren zo tot ons collectieve geheugen. Neem nu de fabel van de mieren die in de zomer een voorraad voedsel voor de winter aanleggen, terwijl de krekel diezelfde zomer doorbrengt met zorgeloos zingen. Waardoor de krekel in de winter al snel door zijn voorraad eten is en bij de mieren moet gaan bedelen. Moraal van deze fabel: als je niet ijverig werkt, word je gestraft. Je zou voor minder een arbeidsethos opdoen.

Diego Velázquez, Aesopus, ca. 1638, 179 x 94 cm, olieverf op doek. Madrid, Museo del Prado
In veel fabels die de eeuwen hebben getrotseerd gedragen dieren zich net als mensen. Even dom, even sluw, even slim, even hebzuchtig. Eigenlijk is dat best wel merkwaardig. Zeker in de westerse cultuur, waar het christendom – ook een product van de oudheid – de mens aan de top van Gods schepping heeft gezet en dieren vooral of zelfs alleen maar bestaan ten dienste van de mens. Letterlijk als minderwaardige schepsels. Bijvoorbeeld om ze op te eten. Zo niet in de fabel. Daar houden dieren ons, mensen, een spiegel voor.
Het lijkt dan ook een daad van rechtvaardigheid dat die dieren in onze tijd – waarin veel soorten uitsterven of met uitsterven zijn bedreigd – veel aandacht krijgen. En dat er pleidooien worden gehouden om aan dieren een soort van… mensenrechten toe te kennen. Je zou met wat overdrijving kunnen zeggen dat fabels daar al millennia lang voor pleiten. Want dieren zijn net als mensen. Of omgekeerd.
Trigger voor deze blog: de uitspraak ‘de kip met de gouden eieren’ van Danny Van Assche. De lectuur van het boek ‘Gerechtigheid voor dieren’ van Martha Nussbaum.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be



echte onveranderlijke levenswijsheden!
Beste Mathieu,
Ja, die fabels lijken inderdaad tijdloos…
Vriendelijke groet,
PDR
Beste ,
Dit zijn fantastische fabels die in onze literatuur en geschiedenis vereeuwigd lijken. Zalig om te lezen …. ze blijven door de eeuwen heen steeds toepasselijk in zovele actuele toestanden.
Men zegt: het plantenrijk, het dierenrIjk en het mensdom……
Heeft dat misschien ergens een oorsprong in het verleden? Waarom mens’dom’?
PS: prachtige blog met heel veel boeiende info. Past uitstekend bij het mooie Gallo-Romeins Museum!!
Veel groetjes, Ingrid
Beste Ingrid,
Rijk, dom: dat is mooi gezien!
Dankjewel voor de mooie woorden ook.
Vriendelijke groet,
PDR
Ik heb genoten en kijk uit naar de volgende blog.
Beste Raphael,
Dat doet mij veel plezier!
Met enthousiaste schrijversgroet,
PDR