EEN GELUKKIG NIEUW JAAR!

Een gelukkig en voorspoedig nieuw jaar! U hoorde en hoort deze wens, of een variant ervan, deze dagen wel vaker. In het Latijn luidt dat: Annum novum faustum felicemque. Ik weet dat omdat ik ervoor heb doorgeleerd, maar ook omdat ik die Latijnse nieuwjaarswens zag pronken op een olielampje uit de eerste eeuw. En dat lampje was… een nieuwjaarsgeschenk! Met een passende wens erop! EEN GELUKKIG NIEUW JAAR!

Olielamp uit de 1ste eeuw n.Chr. British Museum

Ook in de Romeinse tijd wensten mensen elkaar dus een gelukkig en voorspoedig nieuw jaar. Ik wil daar eerst even een zijsprongetje over maken. Het zou voor mij gemakkelijk zijn om het in deze blog elke aflevering opnieuw te hebben over iets wat mensen ‘ook toen al’ deden of dachten, en zo voortdurend al dan niet valse of echte gelijkenissen te suggereren. Niets nieuws onder de zon: die gedachte. Maar die gemakzucht wil ik niet. In deze blog is m’n vertrekpunt in de eerste plaats ‘ook nu nog’, meer dan ‘ook toen al’. Dat is voor mij niet hetzelfde. Maar ach, aan het begin van een nieuw jaar mag een mens zich al eens laten gaan…

Ook toen al gaven mensen elkaar dus bij het begin van een nieuw jaar geschenken en geschenkjes waar ze een wens mee verbonden, zoals het olielampje dat deze blog heeft veroorzaakt. We zien daarop de gevleugelde godin Victoria met in haar linkerhand een palmtak. Dat was in de eerste eeuw nog geen symbool van de overwinning op de dood, zoals in latere christelijke tijden. De palmtak stond symbool voor succes, welvaart en meer van dat moois. Rond Victoria zweven voorwerpen die mensen in de Romeinse tijd elkaar óók cadeau gaven met nieuwjaar, zoals munten (geld dus), en ook dadels en vijgen: zalige zoetigheden, zou je kunnen zeggen, net zoals honing dat was, ook een veel gegeven cadeau. Denk aan onze pralines.

Als je goed kijkt, zie je op de munt onder Victoria’s palmtak het hoofd van de god Janus, die tegelijk voor- en achterwaarts kijkt. ‘Hij is de enige van de goden die ook zijn eigen rug ziet,’ schrijft de dichter Ovidius. En ook: ‘Vader Janus, steun de machthebbers die zich inspannen om rust op land en zee te scheppen.’ Janus, van wie onze maandnaam januari is afgeleid, doet wat wij met nieuwjaar ook nog altijd massaal doen: omkijken hoe het de voorbije tijd is geweest, en vooruitkijken naar wat we wensen dat het wordt.

Bij momenten van omzien en weer doorgaan, zoals de eindejaarsfeesten, hoorden dus ook in de Romeinse tijd wensen en geschenken. De Romeinse dichter Martialis schreef zelfs twee papyrusrollen vol met verzen die bij al die geschenken pasten: Tafelgeschenken en Meeneemcadeautjes, heten die twee zogenaamde boeken met in totaal ongeveer 300 tweeregelige minigedichtjes. Martialis maakte ze allemaal voor de Saturnalia, en dat is inderdaad de Romeinse versie van onze eindejaarsfeesten, gecombineerd met een soort van sinterklaassfeer én met ons carnaval, waarin sociale verhoudingen op hun kop werden gezet. Zo hadden slaven het tijdens de Saturnalia zogezegd even voor het zeggen. Het feest van Saturnus, zoals je de Saturnalia kunt vertalen, deinde in de loop van de eeuwen almaar uit: van aanvankelijk één dag naar vijf in de vroege keizertijd.


Vondst uit het graf van het meisje Antestia Marciana uit Aquileia: drie laurierbladeren in barnsteen, 2de eeuw n.Chr. De letters A.N.N.F.F. staan voor ‘Anno novum faustum felicem’. Voorwerpen in amber werd vaak cadeau gegeven met nieuwjaar, met name aan vrouwen. Ze brachten geluk. Bron: Società Friulana di Archeologia

En zoals dat gaat, door de geschenkjes die je tijdens die dagen gaf, liet je ook zien hoe rijk je was. Of hoe arm. Een andere Romeinse praktijk die veel families in onze tijd zullen herkennen, is dat er vaak geloot werd om wie welk geschenkje zou krijgen. En ook herkenbaar is dit: onder de geschenken bevonden zich onder meer cadeaubons! In de Romeinse tijd was dat bijvoorbeeld een bon voor een gratis evenement in het amfitheater.

Over Martialis’ cadeaugedichtjes schrijft vertaler Vincent Hunink het volgende: ‘Je komt met Martialis Saturnalia-boeken als het ware heel dicht bij de werkelijke, tastbare wereld van de Romeinen, bijna als in een archeologisch museum, maar dan via woorden… Juist door alle aardse en alledaagse, vergankelijke elementen gebeurt er iets speciaals: je wordt als lezer zelf een Romein, voor even.’ Ik besluit met twee voorbeelden van Martialis’ versjes, in de vertaling van Hunink:

Knollen
Ik schenk u thans… een portie knollen,
groenvoer dol op winterkou,
de favoriete kost, ook nu,
van Romulus in den hoge.

Papyrusvellen
Het is geen klein geschenk
wanneer een dichter jou
lege vellen geeft.

Ik wens u allen een annum novum faustum felicemque!


Trigger voor deze blog: een FB-post van archeoloog Guido Cuyt, met als illustratie de bewuste olielamp uit het British Museum die in deze tijd van het jaar wel vaker opduikt in blogs en Facebook-berichten.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

 

Reacties

  1. Beste Norry,
    Dat is intussen opgelost.
    Dank voor het melden en vriendelijke groet,
    Patrick De Rynck

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *