EEN ZATERDAGOCHTEND IN ROME
Je bent in Rome. Je koopt een Italiaanse krant. En dan begint het: de donderspeech van Poetin heet in die krant een filippica of een catilinaria, en in de boekenbijlage van je krant stoot je op Icarus, Europa op haar stier, Trojaanse vrouwen, Theseus en Venus. In woord en beeld. De oudheid is overal. Zeker ook op Italiaans krantenpapier.
‘Pace Ceres laeta est’, ‘Vrede maakt Ceres blij’. Ceres is de Romeinse godin van de landbouw en dus ook van welzijn. Opschrift op een overheidsgebouw in de Villa Borghese, Rome. De tekst is een half vers van de Romeinse dichter Ovidius.’
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Ik merk het elke keer als ik er ben: in Rome wordt het intenser, dat gevoel en de wetenschap dat onze omgeving – ik gebruik dat woord in een zeer brede zin – doordrenkt is van oudheid. Het is met de oudheid in Rome, en bij uitbreiding in Italië, een beetje zoals met God in de catechismus: ze is overal.
Uiteraard, zult u zeggen. Maar wat bedoel ik precies met zo’n uitspraak, die ook het motto van deze blog is: ‘de oudheid is overal’? Het simpelste antwoord op die vraag zou in Rome inderdaad kunnen zijn: kijk gewoon om je heen, ook onder de grond als het kan. Dan zie je de geruïneerde oudheid, de gefragmenteerde oudheid, de vermassacreerde oudheid, de imposante oudheid, de begraven oudheid. De meteen zichtbare oudheid. De oudheid waar massa’s toeristen op af blijven komen. Die oudheid is overal in deze stad. Rome leeft ervan, de stad gebruikt ze als logo – denk aan het Colosseum –, maar ze stoot er ook op, als er bijvoorbeeld een nieuwe metrolijn moet komen. Dan wordt de oudheid behalve een winstgevende ook een dure zaak, een vertragende last, een vervelende hinderpaal, een tijdrovende sta-in-de-weg. De oudheid is hier overal, boven en ook onder de grond. Het is wat Alfred Seiland voor het hele Imperium in beeld brengt op de wonderlijke tentoonstelling Imperium Romanum die nog tot januari in het museum loopt.
Ook erg zichtbaar in het straatbeeld van een stad als Rome is natuurlijk alle architectuur, decoratie en kunst die zich door de oudheid heeft laten inspireren: de guirlandes, hoornen des overvloeds, zuilen, koepels, frontons, fonteinen met mythologische personages enzoverder enzovoort. Tot Mussolini’s Vierkante Colosseum in de EUR-wijk toe. Dat is een vorm van ‘toegepaste oudheid’ zou je kunnen zeggen, een oudheid die je gebruikt om bijvoorbeeld prestige, macht, het idee van welvaart of een geloofsovertuiging uit te stralen. Rome baadt ook in die alomtegenwoordige toegepaste oudheid. Dat zou overigens ook een ferme expo waard zijn.
Maar op mijn zoektocht beland ik toch ook weer bij mijn papieren krant van het begin. Bij de artikels over Icarus, Europa en Venus. En bij Poetins donderspeech, die in die krant dus een filippica wordt genoemd, naar de redevoeringen van de oude Atheense politicus en redenaar Demosthenes tegen de expansieve Macedonische vorst Filippos II, de vader van Alexander de Grote. Ik heb het opgezocht in het archief van enkele van onze Vlaamse kranten, en het is daar met een vergrootglas zoeken naar het gebruik van het woord filippica. Idem bij familie en vrienden, van wie de meesten het woord ‘filippica’ niet kennen. Ach, dit is natuurlijk maar één petieterig voorbeeld, maar die zaterdagochtend, met die heerlijke cappuccino voor mij en bovendien met zicht op een van Romes toegangspoorten die er als een triomfboog uitziet, was het voor mij wel een eyeopener.
Dat betekent het dus ook, hier in Rome, die kreet van mij dat de oudheid overal is. Eigenlijk was het nog straffer: iets verder in hetzelfde krantenstuk wordt Poetins tirade een ‘catilinaria’ genoemd, naar de beroemde redevoeringen van Cicero tegen zijn politieke vijand Catilina. Maar nu houd ik op, want u bent vast nog andere dingen van plan vandaag.
Trigger voor deze blog: het lezen van de Italiaanse krant la Repubblica op zaterdag 1 oktober 2022. In Rome.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


