GELUIDSOVERLAST
Cardioloog Marc Goethals trekt al jaren ten strijde tegen geluidsoverlast. Recent liet hij zich in Knack dit ontvallen: ‘Geluidsoverlast is van alle tijden. In het oude Rome had men al last van het kabaal van paardenhoeven en karren.’ Hier volgt een bericht live uit het hedendaagse Rome.
Insula in het centrum van Rome, verdiepingen drie en vier, met erachter het Vittoriano. Het lawaai van de Piazza Aracoeli moet u erbij denken.
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Ik sta in een Romeinse insula. Nee, ik moet dat anders zeggen: ik sta in de indrukwekkende resten van een Romeins appartementsgebouw, een insula dus in het Latijn. In dit geval was die ooit goed voor vijf verdiepingen. U kent déze specifieke insula misschien als u al eens in Rome was. Het pand, pal in het centrum, plakt met z’n ene kant tegen de rots die de Capitoolheuvel vormt en met z’n andere kant tegen het Vittoriano, het monstermonument voor Vittorio Emmanuele II, gemeenzaam ‘de typemachine’ genoemd. Paller in het Romeinse centrum kan niet. De ruïne overleefde de kaalslag van deze buurt onder Mussolini in de jaren 1920. Ze is sporadisch en onder begeleiding toegankelijk.
Op de bovenverdieping citeert de gids fragmenten van de Romeinse schrijvers Martialis en Juvenalis, die ongeveer in de tijd leefden toen dit complex werd gebouwd. U moet weten dat er op zo’n bovenverdieping kleine appartementjes waren. Het waren de minst gegeerde woningen in zo’n groot Romeins flatgebouw. De geciteerde schrijversklachten gaan over brandgevaar, en vooral over geluidsoverlast, nachtlawaai en de bijbehorende slapeloosheid.
Tijdens haar exposé moet de gids loeiende sirenes en schril fluitende carabinieri op hun motoren proberen te overstemmen. Zowat om de vijf minuten laten zij van zich laten horen, als er zich weer eens een diplomaat of politicus dient te verplaatsen in het centrum van Rome. Of als er zo nodig een protserig defilé van brullende Maserati’s langs moet rijden, zoals ik hier ook heb gezien en vooral gehoord. Allemaal onder luide politiebegeleiding. Martialis en Juvenalis krijgen hier live gelijk.
Mijn oren hebben het de voorbije weken in Rome allemaal diverse keren moeten aanhoren. Net als patsers met opgeblazen motoren die tot diep in de nacht van een residentiële, rustige buurt een soort duister circuit van Monza maken. Pop-upbars die tot even diep in de nacht karaokegewijs zingend van zich laten horen, tergend vals en vooral: vreselijk luid. Het snerpende geluid van stokoude trams die secondenlang op hun ijzeren weg tot stilstand komen. Loeiende bladblazers en kettingzagen. Krijsende meeuwachtigen die zich te goed doen aan de uitpuilende vuilniszakken. Toeterende auto’s , onze moderne ‘karren’, in straatjes die allang autovrij hadden moeten zijn.
Ach, ik heb zonet even alle tijdelijke auditieve ergernissen van m’n voorbije Romemaand – die voor de rest alles bracht wat hij moest brengen, maak u geen zorgen – in één paragraafje geperst. Het moest er even uit. Mijn oude collega’s Martialis en Juvenalis waren ook niet vies van een overdrijving nu en dan. Dat hoorde bij hun literaire genres: de satire en het epigram.
Rome, de eeuwig lawaaierige stad. Ze blijft me lief, ondanks alles.
Trigger voor deze blog: een bezoek aan het Casa Romana dell’ Ara Coeli, zoals de insula officieel heet.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Je wil meer lezen over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be



Neemt geluidsoverlast niet toe doordat er meer en meer ’s nachts gewerkt wordt? Ook op het platteland. Ja misschien moet ik schrijven doordat er meer en meer dag en nacht geleefd, gewerkt en gefeest wordt, zowel in de stad als op de buiten. Kassa kassa op korte termijn, maar de rekening wordt ooit dubbel en dik gepresenteerd?!