GEZOND VAN GEEST EN LICHAAM
Wie de voorbije weken het cultuurnieuws heeft gevolgd, kon er niet omheen: de stad Antwerpen heeft er een attractie bij. De tuin van Peter Paul Rubens is weer open voor het publiek. Het is een veelkleurige parel, neem het van mij aan. Op de portiek die naar Rubens’ tuin leidt en die de voorbije weken vaak in beeld kwam, is een Romeinse dichter aan het woord, in twee citaten: Juvenalis, heet de man. Ik verklaar mij nader.
De portiek van het Rubenshuis. Foto: Ans Brys
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Dat Peter Paul Rubens iets had met de oudheid, is een ferm understatement. De kunstenaar was begeesterd door antieke verhalen en ideeën. Dat zie je ook in z’n tuin, waar achteraan in een paviljoentje onder meer een stoer beeld van Hercules staat. Maar deze blog spits ik toe op wat je te lezen krijgt in de portiek die je naar de tuin brengt. Dat is de overbekende, triomfboogachtige constructie waar bovenaan twee beelden van Romeinse goden de show stelen: Mercurius, god van handelaars en ook van schilders, en Minerva, godin van wijsheid en kunst.
Op die portiek staan twee citaten. Quotes, zoals we dat tegenwoordig moeten zeggen. In het Latijn, dat is ook de taal waarin ze geschreven zijn door hun auteur, de Romeinse dichter van satiren Juvenalis, die leefde van ongeveer 60 tot 140 n.Chr. In het Nederlands klinkt het eerste citaat zo: “Laat het aan de hemel om te bepalen wat voor ons past en goed is. De mens gaat de goden nog meer ter harte dan zichzelf.” Anders gezegd: de goden – in het enkelvoud wordt dat God – houden van ons en zorgen voor ons. Laten we maar vertrouwen op hun of zijn voorzienigheid. Dat klinkt tegelijk stoïcijns en christelijk, twee van Rubens’ grote inspiratiebronnen. Eigenlijk verkondigt Juvenalis in de hele satire waaruit dit citaat komt de boodschap dat ambities van mensen zinloos en schadelijk zijn. Carrière, rijkdom, roem…: we moeten al die strevingen laten varen als we mentaal gezond willen blijven. En dan zeggen dat Rubens zelf overambitieus was, carrière maakte, rijk was en roemvol.

Een fragment van de portiek van het Rubenshuis, met een Latijns citaat van Juvenalis. Foto: Ans Brys.
De beginwoorden van het tweede citaat waar Rubens op zijn tuinportiek mee uitpakt, zullen je bekend voorkomen, vermoed ik sterk. Het komt ook uit Juvenalis’ tiende satire, zoals het eerste: “Bid om een gezonde geest in een gezond lichaam, en om een moedige ziel die niet bang is voor de dood, niet woedend wordt en niets begeert.” Een gezonde geest in een gezond lichaam, dat is in het Latijn: mens sana in corpore sano.
Mens sana in corpore sano is vandaag de dag onder meer het motto van voetbalclub Anderlecht: wij gebruiken die vijf woorden tegenwoordig vooral in een sportieve context. Lichaamsbeweging is goed voor ons geestelijk welzijn, zoiets. Dat was alvast niet wat Juvenalis bedoelde, en ook Rubens dacht niet aan gezond sporten: zijn tuin was geen fitnesscentrum. Waar gaat het dan wél over? Wel, in zijn tiende satire heeft de Romeinse dichter het ook uitgebreid over de kwalen van de oude dag, die volgens hem vooral kommer en kwel brengt. Het enige waar je in die levensfase nog voor kunt bidden is… een goede gezondheid, lichamelijk en mentaal. Mens sana in corpore sano in Juvenalis’ oorspronkelijke betekenis zou dus beter passen als motto van serviceflats en woonzorgcentra dan van voetbalclubs. En Rubens dan? Die zocht in zijn barokke, zeventiende-eeuwse tuin gezonde rust en ontspanning. Een mens sana dus.
En zo belandde Juvenalis de voorbije weken via een Vlaamse schilder uit de barok in de actualiteit, ook al werd de naam van de dichter niet genoemd.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


