Heks! Feeks! Harpij!

VN-rapporteur Francesca Albanese is een kwaadaardige heks volgens de ambassadeur van Israël bij de Verenigde Naties, en de Nederlandse politica Dilan Yesilgöz is volgens een collega van haar een feeks. Het zijn woorden die herinneren aan onzalige tijden met letterlijke heksenjachten. Én aan de oudheid. Heks! Feeks! Harpij!

Antieke kop van een van de zogenaamde Gorgonen, van wie ook Medousa deel uitmaakte. Athene, Acropolis Museum. (CC-SA-4.0)

Waren er in de Grieks-Romeinse oudheid heksen? Het antwoord op die vraag hangt uiteraard af van hoe je het begrip ‘heks’ definieert. Moet er bijvoorbeeld zwarte magie en toverij bij te pas komen, zoals het woordenboek aangeeft? Een ‘heks’ is volgens Van Dale ‘iemand die kan toveren’ en ‘die werkt met magische krachten in de natuur’. Laten we van die omschrijving uitgaan.

De beroemdste of meest beruchte antieke heks is dan ongetwijfeld Medea. Vóór zij de moeder werd die haar eigen kinderen vermoordde om wraak te nemen op Jason, de man die haar had verlaten, was Medea volgens het traditionele verhaal een heuse heks uit het huidige Georgië die diezelfde Jason met tovermiddelen had geholpen om het Gulden Vlies te pakken te krijgen. En dat is maar één voorbeeld van Medea’s vele magische praktijken. Het zat trouwens in de familie: de tante van Medea, Kirke, verandert in de Odyssee van Homeros Odysseus’ kameraden in varkens, en later weer terug in mensen. Zij doet dat met toverkruiden.

Thessalië in het noorden van Griekenland stond in de antieke literatuur bekend als dé heksen- en toverijstreek bij uitstek. Daar verbleef de misschien meest misselijkmakende heks uit de Romeinse literatuur: de genaamde Erichtho, een creatuur die mensen levend begroef en die, omgekeerd, met een wansmakelijke toverdrank doden weer tot leven wekte. “Zij woonde in eenzame graven,” schrijft de auteur Lucanus in een angstaanjagende passage over Erichtho. U moet die maar eens opzoeken, als u tenminste van dat soort zombieachtige literatuur houdt. Als dat het geval is, dan vindt u bij de dichter Horatius een bijna even vreselijke beschrijving van een heks genaamd Canidia van wie, ik citeer, “het hoofd met kleine adders was omwonden”.

Ik kan nog wel even doorgaan met mijn heksenstoet. Zo werden in de Romeinse tijd kinderen bang gemaakt met de heksachtige figuren van de strigae of de lamiae, die des nachts zogezegd kinderen uit bed kwamen lichten om hun bloed te drinken. Strigae en lamiae doen denken aan vampierachtige personages.


Illustratie: John Hamilton Mortimer, Erichtho, ca. 1775. Detail van het schilderij Sextus Pompeius raadpleegt Erichtho voor de slag bij Pharsalia

U hebt het al gemerkt: alle antieke heksen die ik tot nu heb genoemd zijn vrouwen. En dat is de link die ik jammer genoeg moet leggen met het actuele gebruik van het woord ‘heks’ waar ik deze blog mee begon. Toverij is daar niet langer mee gemoeid, maar in mijn twee gevallen, Francesca Albanese en Dilan Yesilgöz, gaat het over vrouwen met macht. Die worden ‘heks’, ‘feeks’, of ook soms wel ‘furie’ of ‘harpij’ genoemd. Die laatste twee woorden zijn overigens ook weer personages, vrouwelijke personages dus, uit de Grieks-Romeinse mythologie. Net als Medousa, de monsterachtige vrouw met het slangenhaar en de verstenende blik met wie vrouwen met macht vandaag de dag ook wel eens worden vergeleken, in woorden en vooral ook in beelden. En neem van mij aan: Albanese en Yesilgöz zijn niet de enigen. Angela Merkel, Christine Lagarde, Ursula von der Leyen, Sigrid Kaag, Hillary Clinton, Kamala Harris, you name them: allemaal kregen ze van de kant van hun tegenstanders met dit soort beledigingen te maken. Iemand – wat zeg ik: een vrouw met macht – een heks noemen, is blijkbaar tot in onze tijd een beproefde manier om haar als persoon en als politica te diskwalificeren.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *