Het recht van de sterkste
“We leven in een wereld die wordt gedomineerd door sterkte, kracht en macht. Dat zijn de ijzeren wetten van deze wereld.” Aan het woord is Stephen Miller, de man die wel eens ‘de vaste huisideoloog’ van Donald Trump wordt genoemd. Miller deed zijn uitspraak aan het begin van dit jaar. Het minste wat je kunt zeggen is dat hij recht voor de raap is: het recht van de sterkste is de nieuwe norm in het beleid van de Verenigde Staten.
Illustratie 1: Een gletsjer op Groenland. Foto: Giles Laurent, 2023
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Met Millers uitspraak duik ik met jullie, zoals je dat van mij verwacht, de Grieks-Romeinse oudheid in. En daar stoot ik op de alleroudste geschreven fabel uit de Europese literatuur. Fabels zijn een genre dat sinds de oudheid en tot op vandaag erg populair is gebleven. Het diende vaak om, via een omweg in het dierenrijk, maatschappijkritiek te ventileren. Die oudste fabel vind ik bij Hesiodos, een dichter die zowat een tijdgenoot van de grote Homeros was. Het dierenverhaaltje in zijn werk Werken en dagen gaat zo: “Ik wil aan de vorsten een verhaal vertellen, al hebben zijzelf ook wel verstand van zaken. Een havik sprak eens streng een nachtegaal met een bonte hals toe, terwijl hij de vogel tot hoog in de wolken voerde en in zijn scherpe klauwen vastklemde – de nachtegaal huilde bedroefd omdat de kromme klauwen in haar lijfje doordrongen: ‘Dwaas! Nog wat kermen ook? Iemand die veel sterker is heeft jou in zijn macht. En jij zult belanden waar ik je zal brengen, ook al zing je nog zo mooi. Ik eet je op of laat je vrij, naargelang het mij belieft. Want wie zich met de sterkeren wil meten, is dom: winnen lukt toch nooit en de vernedering wordt nog verergerd door de pijn.’ Zo sprak de havik, de snelvliegende vogel met zijn brede wiekslag.” En zo eindigt mijn fabel.

Illustratie 2: Een baai op het Griekse eiland Milos, 2020. Foto: dronepicr
Van de literaire fictie van de fabel trek ik naar een berucht antiek voorbeeld van de toepassing van het principe ‘het recht van de sterkste’. Ik vind het bij de Griekse historicus Thoukydides en er werd recent nog naar verwezen door de Belgische premier Bart De Wever op de algemene vergadering van de Verenigde Naties in New York en door de Canadese eerste minister Mark Carney in Davos. We trekken naar het einde van de vijfde eeuw, als in Griekenland de Peloponnesische Oorlog woedt. Op een moment tijdens dat conflict, meer bepaald in 416, bedreigt het machtige Athene het veel zwakkere eiland Melos. Er vinden zogezegd onderhandelingen plaats die Thoukydides zogezegd woordelijk weergeeft, maar daarin wordt al snel duidelijk hoe de Atheners denken. Ik parafraseer: “Wij zijn de sterksten en we zullen jullie onderwerpen, goedschiks of kwaadschiks. Kies maar. En koester maar beter geen hoop, want hoop is een gevaarlijke illusie. Á propos, wij hebben de natuurwet van ‘het recht van de heerschappij van de sterkste’ niet zélf uitgevonden, dat deden de goden al. Waarom zouden wij het dan anders doen?” Einde citaat. De Meliërs van hun kant hebben het in het gesprek over gemeenschappelijke waarden als gerechtigheid, over de haat die de Atheners over zich afroepen, over het feit dat ze door hun optreden meer vijanden zullen maken, wat dan weer gevaarlijk is voor hen… Niets helpt. Het conflict eindigt als volgt: “De Atheners doodden alle volwassen Meliërs die ze gevangennamen en verkochten kinderen en vrouwen als slaaf. Ze vestigden zich zelf in de stad en stuurden er later vijfhonderd kolonisten heen.”
Wacht even, dat is níet het einde van het verhaal. Want op het moment dat in 404 de Atheners de Peloponnesische Oorlog uiteindelijk verliezen, is de angst voor wraakacties volop voelbaar in de stad. Een andere historicus, Xenofon, beschrijft de stemming in Athene kort voor de overgave: “Niemand deed in die nacht een oog dicht, want ze treurden niet alleen om de gesneuvelden, maar nog veel sterker om zichzelf. Ze verwachtten dat ze nu hetzelfde zouden ondergaan als wat zij de Meliërs hadden aangedaan toen ze het eiland hadden belegerd en veroverd…”
Het recht van de sterkste, dus. We zijn sinds Hesiodos en Thoukydides blijkbaar geen stap verder. Dat bezorgt mij persoonlijk een heel dubbel gevoel: verbondenheid met de oudheid – ook toen al – maar ook hopeloosheid. Wij, mensen, willen het maar niet leren.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


