HET ROMEINSE SECREET
Of ik soms weet had van poëtische uitlatingen in Romeinse toiletten. De vraag kwam van het Radio 1-programma Culture Club. Daarin gaat de redactie op zoek naar, ik citeer, ‘interessante poëzie en mooie zinnen op het toilet’. De naam van de rubriek: ‘De pot op met poëzie’. Poëtische uitlatingen in Romeinse toiletten: daar sta je dan met al je kennis van de oudheid. Ik heb enkele uren bedenk- en opzoekingstijd gevraagd en gekregen.
Dit zwaar beschadigde beeld kan de godin Fortuna voorstellen. Het fragment van haar cornucopia bij de linkerelleboog wijst daarop. Het beeld is aangetroffen in Tongeren en behoort tot de museumcollectie.
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Dat lijkt je reinste romantiek. Voor zover we nu weten – ik houd een slag om de arm – vonden Romeinen de gang naar het toilet een ongezonde onderneming en bracht je in die donkere toiletten het best zo weinig mogelijk tijd door. Van bacteriën en virussen hadden mensen in de oudheid geen weet, maar de intuïtie dat wc’s een bron van ziektes konden zijn, was er wel degelijk. Er konden wel eens kwaadwillende demonen in zo’n duister toiletgat zitten. Zo komt het dat een godin als Fortuna behoorlijk populair lijkt te zijn geweest als voorstelling op toiletwanden. Fortuna drukt de hoop op welzijn en gezondheid uit, en dat kwam goed van pas in zo’n ongezond toilet. Een christelijke auteur, zijn naam is Clemens, vond dat een reden om met het veelgodendom van de Romeinen te spotten. Hij schrijft rond 200 n.Chr. cynisch: ‘De Romeinen schrijven weliswaar hun grootste successen toe aan Fortuna en beschouwen haar als de grootste godin, maar ze stellen haar beeld ook op in toiletten. Dat lijkt me een geschikte tempel voor haar.’ Behalve Fortuna waren ook fallussen en magische symbolen op toiletmuren kwaadafwerend, zoals dat heet.
Maar een antwoord op de vraag van het radioprogramma is Fortuna niet. Ik heb Culture Club moeten ontgoochelen: we hebben nauwelijks weet van opschriften, teksten dus, in een toiletomgeving. En als ze er zijn, zijn ze weinig poëtisch, van het type: ‘Ik heb hier goed gekakt.’ Er zijn wel wat voorbeelden bewaard uit een niet-toiletomgeving die mensen waarschuwen: denk er niet aan om hier je grote boodschap te doen. Bijvoorbeeld op begraafplaatsen of in wat ooit donkere steegjes zijn geweest. Zoals deze waarschuwing tegen wildpoepers: ‘Schijter, hoed je voor het boze oog. En als je deze waarschuwing in de wind slaat, moge Jupiter dan razend op je zijn.’ Einde citaat. Het is, toegegeven, nog altijd geen wereldpoëzie.

Muurschildering met de godin Fortuna, slangen en een man die een grote boodschap doet. Gevonden in een huis in Pompeii, in een gang die naar het toilet leidde. Napels, Museo Archeologico Nazionale, inv.nr. 112285
Dát er wel degelijk poëtisch gekrabbel moet zijn geweest in Romeinse wc’s weten we dankzij een gedicht van de Romeinse poëet Martialis, een grote naam in de Latijnse literatuur. Maar zoals zo vaak als we het over de oudheid hebben, moeten we bekennen: de bronnen laten ons voor de rest in de steek. Dat maakt Martialis’ gedicht dan ook nogal frustrerend. Ik citeer het tot slot in mijn vertaling:
Ligurra, je bent bang dat ik een kort
en bruisend gedicht tegen jou schrijf.
En je zou je angst graag waard zijn.
Je vrees is vergeefs, net als je wens.
Afrikaanse leeuwen brullen tegen stieren,
maar vlinders, die laten ze met rust.
Dit is mijn raad: als je je naam wil
lezen, zoek dan een dronken dichter
in een donkere steeg, een die met
ruwe houtskool en kruimelkrijt gedichten
schrijft voor mensen die aan het kakken zijn.
Jouw kop verdient mijn brandmerk niet.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


