Huilende helden
Wenende helden: het lijkt een contradictio in terminis, zoals dat in het Latijn heet, maar onlangs hebben we met zijn allen zo’n tranen met tuiten wenende held toegejuicht. Ik denk zelfs dat ik zijn naam niet hoef te noemen. Als ik ‘Roubaix’ zeg, dan weet je vermoedelijk al genoeg. Wel, wenende helden zijn van alle tijden…
Wout Van Aert in 2023, met zilveren WK-medaille. Foto: CS-Wolves.
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
Sunt lacrimae rerum. Hier vloeien tranen over de dingen. Het was tot voor kort volgens de dikke Van Dale een gevleugelde uitdrukking. Ze komt uit een beroemd antiek epos, de Aeneïs, het verhaal van Aeneas, de held uit Troje die na veel miserie en omzwervingen in Italië de grondslag zal leggen van het latere Romeinse Rijk, volgens de legende. “Zijn gezicht was nat van tranen”, schrijft auteur Vergilius ook nog. Aeneas zucht en huilt omdat hij onderweg, in het Noord-Afrikaanse Carthago, geconfronteerd wordt met beeldende voorstellingen van de Trojaanse Oorlog, waar hij aan heeft deelgenomen. Die roepen bij hem pijnlijke herinneringen op. Ik vermoed dat we het fenomeen allemaal herkennen, held of geen held: tranen die opwellen bij het zien van kunstig verbeelde voorstellingen van drama’s, en natuurlijk nog veel meer als je er zelf bij betrokken was of het drama herkent. Denk aan zakdoekscènes in goede films. We zijn in 2000 jaar niet veranderd in die zin.

Illustratie: Odysseus komt thuis bij Penelope, ca. 450 v.Chr. Parijs, Musée du Louvre
Over naar een andere antieke held, van wie de tranen volgens mij méér lijken op die van onze wielerheld. Ik citeer: “Hij weende. In zijn armen sloot hij zijn vrouw die hem zo dierbaar was en zo trouw van hart.” Aan het woord is de Griekse dichter Homeros, die beschrijft hoe de held Odysseus na twintig jaar weer thuis is gekomen en eindelijk in de armen van zijn Penelope valt. Wat volgt, is gejammer en zijn tranen bij de man. Op een moment van groot geluk na jaren van ellende.
“Op een moment van groot geluk na jaren van ellende.” Ik herhaal bewust die woorden omdat de tranen van Odysseus en die van Wout Van Aert – laat ik zijn naam toch maar noemen – dus best wel veel met elkaar gemeen hebben. Ik verklaar mij nader. Odysseus was een succesvolle oude Griek. Rijkgeboren koning van het kleine eiland Ithaka. Jonge vader. Slimme en behendige vent. Tot hij buiten zijn wil en tegen zijn zin mee moet gaan vechten in het verre Troje en vervolgens een verschrikkelijke terugreis beleeft, met veel sterfgevallen bij zijn bemanning. Hij daalt zelfs even af in de onderwereld. Maar eind goed al goed: Odysseus belandt weer thuis en herovert zijn troon.
Wout Van Aert is een succesvolle Belg. Slim, behendig en een jonge vader. Maar de ellende leek hem de voorbije jaren te achtervolgen en hij bevond zich zelfs nu en dan in een soort hel, getuigt hij zelf. De held was in de hel. Onder meer de dood van een jonge vriend en collega trof hem diep. Maar eind goed al goed: Van Aert kwam terug, figuurlijk, en heroverde in Roubaix bij manier van spreken zijn troon. Waarna dus de tranen rijkelijk konden vloeien.
Mijn huilende oude en nieuwe helden huilen onder meer omdat ze zich herinneren wat ze hebben meegemaakt, hoe diep ze hebben gezeten en wat ze hebben moeten doen om hun leven weer op te nemen en weer een held te worden, in de klassieke betekenis van het woord: iemand die uitmunt door grootse daden. Dat deden in de oudheid Aeneas en Odysseus, en dat deed in onze tijd in Roubaix Wout Van Aert.
Ik heb het tot nu gehad over huilende helden, maar ook zowat de helft van Vlaanderen heeft naar verluidt een potje zitten janken bij het kijken naar Van Aerts gelukstranen in Roubaix. Ik durf hier misschien zelfs spreken van een soort katharsis-gevoel. Zo’n katharsis komt er als mensen zichzelf emotioneel herkennen in wat een held meemaakt, maar zonder dat ze er persoonlijk bij betrokken zijn, bijvoorbeeld bij het zien van een tragedie in een theater. Of, waarom niet, van een sportevenement op tv? Zo van: amai, hoe erg en hoe herkenbaar. Gelukkig dat ik het niet ben. Of omgekeerd, in het geval van Van Aert: amai, hoe mooi en hoe herkenbaar. Blij voor hem! Waarna overal in Vlaanderen de tranen stroomden. Gevolgd door het bier. Sunt lacrimae rerum.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.
Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be


