OUD EN VERTROUWD

Laten we het nog eens over onze taal hebben. Over lettergrepen meer bepaald. Bijna het kleinste van het kleinste dus. Nog kleiner dan de lettergreep is de letter, en daarvan weten we intussen met z’n allen jammer genoeg dat ook antieke letters in onze tijd in gebruik blijven. Dankzij – of liever: door – delta en omikron. OUD EN VERTROUWD

De vestiging van Bio Station Store in Antwerpen-Centraal. Door het woorddeel ‘Bio’, dat komt van het Oudgriekse woord ‘bios’ of ‘leven’, weten we meteen waar het ongeveer over gaat: duurzame en gezonde producten.

Onlangs viel mij een bericht in de krant op: sommige mensen hebben het blijkbaar niet over ‘omikron’, maar over ‘omnikron’. Wel, dát raakt nu eens precies de kern van mijn betoog in veel van deze blogafleveringen: dat de oudheid in onze tijd letterlijk overal aanwezig is, en dus ook op het niveau van onze lettergrepen. Ik verklaar mij nader.

‘Omnikron’ klinkt een aantal mensen meer vertrouwd in de oren dan ‘omikron’. Ik snap dat. Ze denken dan bijvoorbeeld aan vertrouwde woorden als omni-bus, omnium-verzekering, omni-sport enzovoort. Volkomen begrijpelijk. Dat woordbegin omni komt van het Latijnse omnis, en dat betekent ‘alles’, ‘geheel’ of iets dergelijks. Zo zit het Nederlands, en zitten ook de andere westerse talen, vol met stukjes woord die uit het Oudgrieks of Latijn komen. Ze zijn goed voor een of vaak twee lettergrepen, doorgaans aan het begin van woorden. En wat het allerbelangrijkste is voor mijn betoog: al die woordbeginnen zorgen voor een soort vertrouwde bedding, voor herkenbaarheid. Ook zonder dat je er nog op let. Een beetje zoals bescheiden erfgoed dat geen enkele buurtbewoner nog echt ziet staan, maar dat tegelijk zorgt voor een vorm van je thuis voelen, vertrouwdheid, herkenbaarheid.

Ik maakte onlangs een langere autorit en heb toen, behalve op de voertuigen die samen met mij onderweg waren en op de bedrijven waar we met z’n allen langs reden, gelet op woorddeeltjes met een Latijnse of Oudgriekse oorsprong op al die voertuigen en bedrijven. Ik verzeker u: ik heb een paar keer een parking op moeten rijden om ze allemaal te kunnen noteren. Zo passeerden er mij bestelwagens met sani en met aqua in hun bedrijfsnaam. Dan weet je dat ze iets doen met gezondheid of sanitair (Latijn: sanus, gezond) en met water. Aquastra heet een bedrijf dat doet in gevelrenovatie en, jawel, vochtbestrijding. Ik vermoed dat die ‘stra’ voor ‘stralen’ staat. Ik werd voorbijgereden door vrachtwagens van Eutraco – dan weet je dit bedrijf iets met transport in Europa doet – en zelfs door een bestelwagen van de firma ‘EuroTransPharma’. Trans is een Latijns voorzetsel dat iets betekent als ‘naar de andere kant’. EuroTransPharma, dat zijn meteen drie antieke woorddeeltjes of woordjes samen! Alle chauffeurs daar om mij heen wisten meteen wat dit bedrijf ongeveer doet. Een bedrijf met ‘bio’ vooraan in zijn naam doet allicht iets dat goed is voor ons leven (bios is Oudgrieks voor ‘leven’), en een bedrijfsnaam die begint met ‘hydro’ doet iets met water. ‘Hudoor’ is Oudgrieks voor ‘water’, zoals ‘aqua’ in het Latijn. Hoeveel tijd hebt u nog? Ik bedoel maar: het is echt eindeloos, geloof me, al die woorddeeltjes uit het Oudgrieks of Latijn, onder meer in bedrijfsnamen. Neem het van mij aan. Echt duidelijk is het niet altijd: ik werd ook ingehaald door een vrachtwagen met daarop ‘Intervervoer’, gevolgd door een achternaam. Waar ‘inter’ voor staat, ik zou het niet weten. Het is het Latijnse woord voor ‘tussen’.

Ik ken zelf alleen westerse talen. Die bulken allemaal van dit soort elementjes uit de twee oude talen, tot op lettergrepenniveau. En al die kleine aanwezigheden samen zorgen voor het vertrouwde gevoel en de herkenbaarheid waar ik het over had. Ik heb dan ook veel respect voor wie een taal leert die dat herkenbaars niet heeft. Je zwemt dan niet langer in een vertrouwd zwembad, maar in een zee zonder eind, lijkt me. Respect ook voor wie uit een cultuur komt met een moedertaal zonder al dat Oudgrieks en Latijn. En die pakweg Nederlands moet leren.

Trigger voor deze blog: een artikel in De Standaard van 2 februari over het gebruik van ‘omnikron’. Een autorit door Vlaanderen.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Reacties

  1. Mijn echtgenoot is Fin en woonde 27 jaar in Finland. Hij begon Nederlands te leren toen wij huwden, vooral thuis en ook in de 2jaren avondschool in het Antwerps stedelijk onderwijs. Hij is een verwoed lezer .In zijn werk kon hij onze taal gebruiken. Gedurende 30 jaar was hij ook tolk en vertaler F-Nl en vice versa . Zijn liefde voor talen is nog niet verminderd !

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *