OVER BEDREIGDE DIEREN EN BOZE GEESTEN

Eerst reis ik met u naar het eiland Madagascar. Daar leven van oudsher de lemuren of maki’s, dat zijn een soort primaten. Van oudsher, zeg ik, en we moeten hopen dat we dat zullen kunnen blijven zeggen: veel soorten lemuren zijn namelijk bedreigd. Door ontbossing en omdat er jacht op hen wordt gemaakt. Lemuren leveren naar verluidt lekker bushmeat. OVER BEDREIGDE DIEREN EN BOZE GEESTEN

Bioparco di Roma, een Lemur gatta. Het Bioparco zet zich voor het behoud van deze bedreigde diersoort.

Waarom voer ik in deze blog in ‘s hemelsnaam de lemuren van Madagascar op? Omdat ik er een aantal zag in het Bioparco di Roma, de voormalige zoo in de Villa Borghese, het grote parkdomein in het noorden van de stad. Het Bioparco heeft een programma opgezet om deze dieren te helpen redden. Dat doet het door zijn bezoekers bewust te maken van het probleem, door lokale dierenorganisaties op Madagascar te steunen én door voor enkele van de meer dan honderd soorten lemuren een kweekprogramma op te zetten.

Van Madagascar zijn we dus in Rome beland. Dat is al iets dichter bij de Romeinen, van wie u terecht verwacht dat ze in mijn blog zullen opduiken. Wel, hier komen ze: de lemuren zijn namelijk genoemd naar de lemures, een Latijns woord dat betekent ‘zielen van de gestorvenen’. Bij die dode zielen zaten goedwillige exemplaren, maar ook kwade, boze geesten, demonen waar mensen bang voor waren. Een soort van spoken, zeg maar. Er was zelfs een oud Romeins feest naar hen genoemd. Tijdens de Lemuria in mei was het de bedoeling om boze lemures mild te stemmen en hen uit de huizen weg te krijgen. Een Romeinse vorm van exorcisme. De Romeinse dichter Ovidius, die onder meer een soort kalender in verzen schreef over Romeinse feestelijkheden, beschrijft wat mensen tijdens de Lemuria zoal deden: om middernacht op pad gaan, eerbiedig en dus traag; met de handen een afwerend gebaar maken opdat de lemuren hen niet in het ootje kregen; de handen wassen in een bron; zwarte bonen achter zich gooien; met brons rammelen en tot slot tien keer roepen ‘Ga heen, voorouderzielen’

De Romeinse lemures zouden volgens sommigen een schril lawaai gemaakt hebben – zo gaat dat blijkbaar altijd met boze geesten. Lange tijd werd daarom gedacht dat Carl Linnaeus, de man die in de jaren 1750 het dierennamensysteem op poten zette dat we nog altijd gebruiken en die ook vol was van het Latijn als wetenschappelijke taal, dat Linnaeus dus de lemuren dáárom hun geestrijke naam heeft gegeven: zij kunnen namelijk ook behoorlijk luidruchtig krijsen. Wat ook zou hebben bijgedragen tot de naamkeuze van Linnaeus voor deze primaten, is dat een aantal lemurensoorten een paar opvallende, doordringende ogen hebben waar je bang van kunt worden, én dat het meestal nachtdieren zijn. Zoals u weet, laten ook boze geesten het liefst bij nacht en ontij van zich horen.

Maar in 2011-2012 werden in het tijdschrift Lemur News – jaja, ook dát bestaat – de historische puntjes op de i gezet: Linnaeus gaf naar eigen zeggen één species van het genus Lemur de naam Lemur omdat de diertjes ’s nachts ronddolen, ‘in zekere zin zoals de mensen’, schrijft Linnaeus in het Latijn, en hij vervolgt: ‘Omdat ze traag zijn.’ Dat trage nachtelijke ronddolen haalde Linnaeus dus bij Ovidius en z’n beschrijving van de Romeinse Lemuria!

Er is een oude theorie die het Romeinse Lemuria-feest in verband brengt met het christelijke Allerheiligen op 1 november. Intussen worden er door cultuurhistorici grote vragen gesteld bij de gedachte dat oude niet-christelijke feesten, zoals de Lemuria of ook het Germaanse Joelfeest zouden zijn overgegaan in de bekende christelijke vieringen, zoals Allerheiligen en Kerstmis. Maar dat is een onderwerp voor een andere blog…

Dankzij deze blog weet u dus waarom de bedreigde lemuren lemuren worden genoemd. Ik heb nog een andere etymologische uitsmijter voor u: een tweede Latijns woord voor boze geesten van dode mensen, of spoken als u wilt, is larvae. Daar is dan weer ons Nederlandse woord ‘larve’ van afgeleid. Gek genoeg slaat dat op de vorm waarmee een aantal dieren ter wereld komen, op de geboorte dus. Niet op de dood, waarmee de Romeinse larvae werden verbonden.

Trigger voor deze blog: oog in oog staan met lemuren in het Bioparco di Roma. Het lezen van een nieuwe vertaling van Ovidius’ ‘Fasti’ (Ovidius. Fasti. De Romeinse kalender. Vertaald & toegelicht door Marietje d’Hane-Scheltema, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2021).

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *