OVER UW EN MIJN MOEDER
Zouden ze het weten, de jonge en minder jonge mensen die vóór corona wel eens op straat te zien waren met in hun handen een karton waarop Moeder Aarde geschilderd was, in felgroene en blauwe waterverf? Zouden ze weten hoe stokoud het beeld van de aarde als moeder is? Zoals u dat van mij verwacht belanden we met Moeder Aarde in de oudheid. En vervolgens linea recta in onze tijd.
Klimaatbetoging.
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
□ ‘De almoeder Gaia wil ik bezingen, die voedsel schenkt aan al wat op aarde leeft.’ Zo begint een Oudgriekse hymne voor Gaia, de verpersoonlijkte aarde. De hymne gaat voort: ‘U bezit de macht leven te geven aan de sterfelijke mensen en het hun ook te ontnemen.’ Gaia, in het Latijn wordt dat Terra of ook Tellus, is dus onze grote moeder: magna parens, in het Latijn van de dichter Ovidius.
Dat is niet niks, zo’n zwaarwichtig beeld: de breedgeboezemde aarde, zoals ze in Griekse teksten ook wel wordt genoemd, brengt ons en alle andere levende wezens voort, voedt ons en zorgt voor voldoende overvloed. ‘Ze houdt ons op de been,’ schrijft de Romein Plinius, ‘en ze neemt ons na onze dood op in haar schoot.’ Diezelfde Plinius laat ook een ander geluid horen. Ik citeer opnieuw: ‘Met water, ijzer, vuur, hout, steen en gewassen pijnigen wij de aarde alle uren van de dag, en dat alles veel meer om haar te knechten voor onze pleziertjes dan voor ons voedsel. Wij dringen ook door in haar ingewanden, wroetend naar de aders van goud en zilver, naar mijnen van koper en lood.’ Enzovoort. De aarde verdedigt zich volgens hem door schadelijke producten voort te brengen: gevaarlijke diersoorten, giftige planten… De antieke Moeder Aarde is inderdaad ook de moeder van vreselijke monsters. Een laatste citaat: als Moeder Aarde in Ovidius’ Metamorfosen bedreigd wordt door een onverhoedse wereldbrand – zeg maar: een plotselinge klimaatopwarming – vraagt ze gekweld aan Jupiter: ‘Is dit de prijs die u mij gunt, het loon voor al mijn zwoegen en vruchtbaarheid? Voor het feit dat ik voortdurend wonden voel van eggen en kromme ploegen, en dat ik ieder jaar bewerkt word?’
Over naar 2021, want daar leest u mijn blog voor. ‘We hebben maar één aarde en daar moeten we goed voor zorgen,’ horen we vandaag de dag. Dat is waar, zonder enige twijfel. Onthoudt u dat voor u verder leest? Want wat hier nog volgt, is minder vanzelfsprekend. Ik laat mij daarvoor inspireren door filosofen als Slavoi Žižek en bij ons recent Ignaas Devisch: het klassieke beeld van de aarde als moeder is grondig fout, beweren zij. De aarde trekt zich van de mensen, haar zogezegde ‘kroost’, hoegenaamd niets aan. Zij bestaat met gemak ook zonder ons. En dan komen de filosofen ter zake: de metafoor van de natuur als een harmonieuze, moederlijke wereld, de beste van alle mogelijke werelden, waarvan wij mensen het natuurlijke evenwicht aan het kapotmaken zijn, die metafoor is gewoon misleidend. Žižek is scherp: de natuur noemt hij ietwat fel een ‘opeenvolging van onvoorstelbare ecologische rampen’.
Ook zonder mensen is en blijft ‘de natuur’ vaak een ramp, letterlijk. Er bestaat niet zoiets als een natuurlijk evenwicht. Dat is volgens deze filosofen romantiek. Antieke romantiek, voeg ik er hier graag aan toe: romantiek met wortels in de oudheid. In werkelijkheid gaat de planeet aarde spreekwoordelijk alle richtingen uit.
Devisch schrijft: ‘Onze milieuproblemen zijn geen vorm van wraak van de natuur of van Zeus die signalen geeft dat we voortaan boete moeten doen voor onze fouten. Het gaat om chemische processen, interacties tussen mechanismen, kettingreacties die elkaar opvolgen, conflicten tussen organismen, noem maar op.’ Einde citaat. Dat van die processen en mechanismen weten we intussen met z’n allen dankzij onze wetenschappers, maar toch blijven oude metaforen van het type Moeder Aarde en alle bijgedachten die daarbij horen, de kop opsteken. In betogingen en elders. Ze blijven inzetbaar.
Voor de oplossing van onze huidige problemen moeten we volgens Devisch kijken naar… de zon en haar onmetelijke energie, die we momenteel maar heel gebrekkig gebruiken. We zijn de zon zelfs een beetje vergeten. We moeten van het antropoceen, het tijdperk waarin de mens de aarde ontgint en leegrooft, naar het helioceen, het tijdperk van de zon. En zo belanden we toch weer bij de oude mythen. Die vertellen ons dat er krachten zijn die ons en de materie van onze planeet overstijgen en waarvan we afhankelijk zijn.
Het wordt zaak die krachten in ons voordeel aan te wenden. Dat is de uitdaging waar de hedendaagse mens voor staat. Als een nieuwe Prometheus moeten we het vuur van de zon nog eens gaan stelen. Om onszelf en onze planeet te redden.
Het verhaal van Faëton en de wereldbrand, door Patrick en Bram De Rynck, hoor je hier: https://soundcloud.com/patrickderynck/ovidius-en-patrick-de-rynck-brandende-aardbol
Trigger voor deze blog: de lectuur van het boek ‘Vuur. Een vergeten vraagstuk’ door Ignaas Devisch (De Bezige Bij).
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.



De zon is een grote, heel grote kernreactor. Hij kan nog aardig uit de hoek komen. Op 15 mei 1921 dreef een zonnestorm over de aarde, en zette tot 1000 volt op de telegraaflijnen, en zette hele steden zonder stroom in noord Amerika.
Ik heb liever moeder aarde, en je mag ervan overtuigd zijn dat de omstandigheden zo merkwaardig en onnavolgbaar zijn.
Indien het zuurstof gehalte te hoog zou zijn of te laag??
Maar moeder aarde kan ook aardig uit de hoek komen. Zoals Santorini, en enkele van haar broertjes die voor jaren duisternis hebben gezorgd. Dan kan je met zonnepanelen niets aanvangen.
Toch best kiezen voor een kernreactor, of kernfusie op een veilige manier. De wetenschap is reeds tot veel in staat.
Ach, een moeder…de zon of de aarde?
Zoeken wij niet allemaal naar een wezen dat ons beschermt, of dat ons troost biedt?
Kortom, een hogere macht , bv de natuur.
Voor mij is dit, in eerste instantie, mijn moeder, de zee:
“Ach kind, zegt de zee, ben je daar weer?
Ik ben je moeder, dat weet je toch,
Kom, laat je tranen maar vloeien
we smelten samen, jij en ik,” enz
De natuur is voor mij, vooral in deze Coronatijden, een bron van troost; daarin volg ik volledig Lamartine :
“La nature est là
qui t’invite et qui t’aime
Jette-toi dans ses bras, qu’elle t’ouvrira toujours”
Is het trouwens niet wetenschappelijk bewezen dat de natuur ons rust schenkt?
nl. het groen, het bos, de dreef,
Laten we dus genieten van het geschenk van de natuur, die, -ik geef het toe -soms rare grillen laat zien.