PLUK DE DAG MET EEN GLAASJE WIJN

Ik schrijf deze blog naar aanleiding van een boek. Het is een bijzonder boek, geschreven door twee absolute kenners van de materie, die bovendien ook grote liefhebbers zijn van die materie. Dat is een heerlijke combinatie. Ik heb het over het boek dat Fik Meijer en zijn vriend Ilja Gort samen schreven over wijn in de oudheid en in onze tijd. Fik Meijer is Nederlands bekendste oudhistoricus en Ilja Gort is wijnboer. Alle twee houden ze hartstochtelijk van wijn. Van goede en eerlijke wijn, die je met mate en met maten drinkt. PLUK DE DAG MET EEN GLAASJE WIJN

Wijngaarden in Pompeii, 2015. Foto Jebulon (publiek domein)

In mijn blog staat, zoals u intussen weet, de vraag centraal hoe de oudheid in onze tijd blijft doorleven. Daar zal ik ook in deze aflevering op focussen, waardoor ik het rijke en erg leesbare wijnboek van Meijer en Gort onrecht aandoe. Dat zeg ik graag van bij het begin.

Met de deur in huis dan: wijn is misschien wel de belangrijkste evergreen aller tijden, van de oudheid tot nu. We hebben het over een uitvinding, als ik dat woord mag gebruiken, die na zowat 8000 tot 9000 jaar nog niets van haar aantrekkingskracht verloren heeft. En die bovendien volgens velen – en zeker volgens deze auteurs – een essentieel onderdeel van de cultuur uitmaakt, in het Westen, en ook elders in de wereld. Net zoals in de oudheid in het Midden-Oosten, bij de Egyptenaren, Grieken en Romeinen wijn niet weg te denken was, van de hoogste kringen tot in de kroegen van Pompeii en van alle Romeinse stadjes en steden. Loop vandaag de dag door een grootwarenhuis en je ziet hoe prominent de plek van wijn in ons leven is. Is gebleven, voeg ik er in deze blog graag aan toe.

Al onze huidige, intussen wereldwijd verspreide druivensoorten stammen af van het druivenras vitis vinifera, de oerdruif uit de oudheid, lees ik bij Meijer en Gort. Denk dan aan chardonnay, sauvignon, pinot noir enzovoort. De oudheid is inderdaad overal, letterlijk. Tegenwoordig ook weer meer en meer in onze streken, dankzij de klimaatopwarming. En als we het over wijn hebben, zijn met name de Romeinen nog altijd overal: zij hebben in hun imperium, ook via lokale elites, de wijnbouw geïntroduceerd in de vele streken die daar nog altijd om bekend staan, zoals Bourgogne, Bordeaux, Rioja, de Moezelstreek, Bulgarije, Roemenië… Al vroeger, toen zowat 2700 jaar geleden Grieken uitzwermden en kolonies stichtten, werden ook Calabrië en Sicilië wijnstreken. We hebben het dus over een kleine drieduizend jaar Grieks-Romeinse wijncultuur. Qua continuïteit kan dat tellen.

In hun boek maken Meijer en Gort veel meer links tussen toen en nu. Neem nu druiven met de blote voeten platstampen, een klassiek beeld dat we met z’n allen kennen: Gort bestempelt dat als een geniale uitvinding uit de oudheid. Zo vermeed je onder meer dat de bittere pitten van de druiven vermalen werden in het heerlijke sap. Of neem het idee dat je geoogste druiven eerst een tijd laat drogen in de zon, in plaats van ze meteen te persen, zoals dat meestal gebeurt. Dát antieke idee komt van de Carthager Mago en het procedé levert vandaag de dag nog altijd een absolute en dus ook peperdure topwijn op, nu bij het Gardameer: de amarone della valpolicella. In en om Pompeii, en ook elders in Italië en in Zuid-Frankrijk, probeert men dan weer met DNA-experimenten oude, uitgestorven druivensoorten weer tot leven te brengen, al dan niet op de plek waar al in de oudheid wijngaarden stonden en al dan niet met nagebootste antieke productiemethoden.

De verspreiding van de wijnbouw sinds de oudheid en de bijbehorende technieken, dat is één ding. De hele wijncultuur eromheen is nog een andere kwestie. Ook in de oudheid had je, zoals in onze tijd, naast tafelwijnen en wat Gort noemt ‘bocht’ of ‘slobberwijn’, gereputeerde en dure topwijnen. En bij die exquise wijnen hoorden status en snobisme en bizarre tot onnozele tradities en gewoontetjes, bijvoorbeeld hoe je wijn precies moest drinken en hoe oud wijn wel kon worden. Ook dat is nu niet anders en berust vaak op… niets. Van alle tijden is ook het knoeien met wijn als die te succesvol wordt, fenomenen die we in onze tijd maar al te goed kennen. Dat was in de oudheid bijvoorbeeld het lot van de befaamde witte Caecubische wijn die in Italië ten zuiden van Rome, op de grens van Latium en Campanië, werd gemaakt.

Deze blog baadt in een ‘toen ook al’-sfeer. Dat is ook, en bij uitstek, zo voor wat misschien het belangrijkste neveneffect van het drinken van wijn was en is: dat mensen samenkomen, vriendschappen cultiveren en van gedachten wisselen, rond een tafel vol met bekers, roemers of glazen wijn. In het gedicht waarin de Romeinse dichter Horatius zijn befaamde oneliner ‘Carpe diem’ lanceert, raadt hij ook aan om samen wijn te drinken. Wijn als bindmiddel, het is van alle tijden. Van de oudheid en van onze tijd. Misschien is wijn wel onze krachtigste band met de mensen uit het oude Midden-Oosten, de oude Egyptenaren, de Grieken en de Romeinen.

Trigger voor deze blog: het lezen van het boek ‘Wijn als een Romein. Een reis naar de oorsprong van de wijn’ door Fik Meijer en Ilja Gort (uitgeverij is Prometheus). Omdat ik de titel van het boek vreselijk vind, vermeld ik hem in mijn blog niet.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *