VOLG DE GIDS. MAAR NIET ALTIJD!

Ik begin met veel genoegen aan een nieuwe reeks blogs. Nog helemaal in vakantiesfeer, zoals u zult merken. VOLG DE GIDS. MAAR NIET ALTIJD!

Een collectiestuk uit het Clayton Museum of Ancient History in het Verenigd Koninkrijk. Het werd aangetroffen in de buurt van de Muur van Hadrianus, waarvan dit jaar de 1900ste verjaardag wordt gevierd.

‘Hoed je voor bedriegers en oplichters’. Wie deze zomer of dit najaar op reis is geweest of nog zal gaan, herkent u ongetwijfeld deze waarschuwing. Je denkt dan meteen, zo wil het het cliché, aan taxichauffeurs die nodeloze omwegen maken, verkopers van nepspullen en obers die met hun breedste glimlach je bankkaart plunderen.

Ik denk zelf aan een andere vorm van bedrog. Al is dat misschien een wat zwaar woord voor gidsen die hun werk niet goed doen. Ik voeg er meteen aan toe: er zijn gelukkig ook heel veel uitstekende gidsen. Maar ik geef één voorbeeld van wat ik bedoel en moet vooraf bekennen dat ik graag al eens stiekem meeluister met zo’n gids. Zo kwam het dat ik in augustus in Pompeii een gids zag wijzen naar een fallus die daar in de overbekende straatstenen is uitgehouwen De man beweerde met grote stelligheid en met een monkellach dat het bewuste stenen geslachtsdeel zeelui die in de straten van Pompeii ronddwaalden de weg wees naar het dichtstbijzijnde bordeel. De fallus was een wegwijzer! Die Romeinen toch. Gelach alom. Het is een bekend verhaaltje, maar in werkelijkheid weten we niet wat er van aan is, zoals Mary Beard in haar prachtige boek over Pompeii schrijft. En daar gaat het mij hier om: een goede gids moet dat ook zeggen, dat we het eigenlijk niet weten. Zoals we zoveel niet weten. Anders misleid je mensen en, wel ja, bedrieg je ze eigenlijk. Het zou een sterkte van populariserende boeken en ook van musea moeten zijn: dat je, als je iets niet weet, dat ook gewoon zegt. Dezelfde gids wist ook precies hoeveel slachtoffers er in 79 n.Chr. in Pompeii vielen, hoeveel inwoners de Romeinse stad toen telde, hoe de woningen waren ingedeeld enz. Terwijl we dat eigenlijk allemaal niet weten.

Maar waarom vertel ik u dit allemaal in een blog over de oudheid in onze tijd? Omdat het fenomeen waar ik het net over had ook in die oudheid al welig tierde: het misleiden, oplichten en bedriegen van reizigers door gidsen die hun vak niet uitoefenden zoals het hoorde. De Griekse schrijver Loukianos zegt het spits: ‘Als je de leugen uit Griekenland zou bannen, dan zouden de gidsen er doodgaan van de honger.’ Zijn verklaring voor het fenomeen van de liegende gidsen is verrassend: ‘Geen enkele toerist wil de waarheid horen, zelfs niet gratis.’ Zou het?

We mogen mensen natuurlijk niet te snel veroordelen op grond van onze eigentijdse normen. Zo was het in de oudheid heel gewoon dat mythen voor waarheid werden aangenomen. En dus gingen mensen op bezoek naar het graf van Agamemnon, de grot waar Zeus was geboren, de ingang van de onderwereld, het primitieve huisje van Romulus enzovoort. Allemaal fake, maar voor hen allemaal levensecht.

Tot slot: misschien is het meest verrassende van mijn toerismeverhaal dat er ook in de oudheid inderdaad sprake was van intens toerisme: wie het zich kon permitteren reisde ook toen al uit plezier, om erfgoed en steden te bewonderen of om kennis op te doen. Het liefst dankzij goede gidsen, in het echt of op papier, want die waren er ook al. Een zekere Aelius Aristides, in zijn tweede eeuw n.Chr. een beroemde rondtrekkende redenaar, vond het een van Romes grote triomfen dat je zowat overal in het reuzerijk vrij en zonder angst kon reizen. Er heerste immers vrede. En dát kunnen wij vandaag de dag jammer genoeg niet meer beweren.

Trigger voor deze blog: een reis naar Zuid-Italië. De lectuur van het boek ‘Route 66 A.D.’ van Tony Perrottet uit 2002.

Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.

Meer over de oudheid in jouw leven? Check www.hic-nunc.be

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *