VRIJ IN DE CEL
Woensdag 14 april was een heuglijke dag voor een club waar ik bestuurder van ben: PEN Vlaanderen. PEN ijvert voor het recht op vrije meningsuiting voor bedreigde en vervolgde auteurs en journalisten. Op 14 april werd de 71-jarige Turkse auteur en journalist Ahmet Altan vrijgelaten, na meer dan vijf jaar gevangenschap in Istanbul. Altan is erelid van PEN Vlaanderen.
Je luistert liever naar de blog? Dat kan hier.
□ Zowel het Turkse Hof van Cassatie als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vond dat de vage beschuldigingen aan het adres van Ahmet Altan geen steek hielden en onredelijk waren. Als hoofdredacteur van een Turks dagblad en als bekende Turkse auteur zou hij de mislukte staatsgreep van 2016 hebben gesteund of gepromoot. Dat werd nu dus als beschuldiging herroepen.
Maar wat doet Ahmet Altan hier? Waarom is hij de hoofdfiguur van deze aflevering van mijn gastblog? In zijn gevangeniscel schreef Altan een schrijnend prachtboek: Ik zal de wereld nooit meer zien. De titel is intussen dus gelukkig onjuist, als hij nu tenminste een vrij man blijft. Altans boek getuigt van grote wijsheid, veel geestkracht en een immense belezenheid. Dit zijn de laatste zinnen: ‘Je kunt me gevangenzetten, maar je kunt me niet in de gevangenis houden. Omdat ik, zoals alle schrijvers, over magie beschik. Ik loop met gemak door muren heen.’ Net daarvoor schrijft Altan: ‘Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.’ En dat is een bijna letterlijk citaat van de Oud-Griekse filosoof Zeno, een van diens zogenaamde paradoxen. Altan citeert Zeno: ‘Een bewegend object is noch waar het is noch waar het niet is.’
Aan het begin van Ik zal de wereld nooit meer zien legt Ahmet Altan uit waar hij de kracht vond om zijn werkelijkheid – die van een onterecht gevangengezette schrijver – de baas te blijven. In dat cruciale fragment, dat zich afspeelt in de politieauto waarin hij wordt weggevoerd, is het bijna een en al antieke inspiratie. Ik citeer de tekst integraal: ‘Als ik mijn vader niet had zien lachen toen hij vijfenveertig jaar geleden werd weggevoerd in een politieauto, als ik niet van mijn vader had gehoord dat de gezant van Carthago zijn hand in het vuur had gestoken toen hij werd bedreigd met marteling, als ik niet had geweten dat Seneca zijn vrienden om hem heen troostte terwijl hij op bevel van Nero in een kuip met warm water zijn polsen doorsneed, als ik niet had gelezen dat Saint-Just, nog maar zesentwintig jaar oud [in 1794, tijdens de Franse Revolutie], op de avond voor hij het schavot van de guillotine beklom in zijn laatste brief had geschreven ‘de omstandigheden zijn alleen moeilijk wanneer je je verzet om het graf in te gaan’, dat Epictetus heeft gezegd ‘al is ons lichaam tot slaaf gemaakt, onze geest kan vrij blijven’, als ik niet de kennis had gehad dat Boëthius zijn bekendste werk in een dodencel had geschreven, dan zou ik bang geworden zijn van de realiteit die me insloot in die politieauto. Ik zou de kracht niet hebben gevonden om er de spot mee te drijven en haar te vermorzelen.’ Einde citaat.
‘De stralende schaduwen van die geweldige doden’, zo omschrijft Ahmet Altan de oorsprong van die kracht nog. Een van die ‘geweldige doden’ heet dus Boëthius. De veertiger Boëthius was in 523 de hoogste ambtenaar van het West-Romeinse Rijk toen hij, net als Altan, door de autoriteiten van zijn bed werd gelicht. Na een schijnproces werd Boëthius door koning Theoderik ter dood veroordeeld wegens, jawel, hoogverraad. In afwachting van de uitvoering van zijn straf schreef de zeer belezen filosoof Boëthius, wellicht in een gevangeniscel in Pavia, dus ook een boek: Troost van de filosofie, heet dat beklemmende en therapeutische werk. Dit is de eerste zin: ‘Een zanger was ik ooit van bloeiende gedichten / nu is het nog slechts droefenis wat ik speel.’
En passant komen er nog antieke personages in Altans boek voor. Als hij bijvoorbeeld beschrijft hoe er in zijn Turkse gevangenis welbewust geen enkele spiegel te vinden is, waardoor mensen letterlijk ‘hun gezicht verliezen’, voert hij als tegenvoorbeeld Narcissus ten tonele, de jongeman uit de mythologie die juist te veel naar zichzelf keek en daardoor verliefd werd. Op zichzelf. En net na Altans levenslange en onvoorwaardelijke veroordeling, als er geen troost meer lijkt te zijn en er een verwoestende inwendige storm in hem opsteekt, schrijft hij: ‘Ik moest niet nadenken over de storm. Ik moest strijden als Odysseus die de woede van Poseidon had opgewekt, ik moest al mijn kracht gebruiken om de storm te overleven, ik moest me focussen op wat binnen mijn mogelijkheden lag en niet op de storm. Ik moest mijn eigen Odyssee schrijven in deze donkere cel. De weg naar de bevrijding van de monsterlijke golven, de Sirenen, de mensenetende Cyclopen, lag in het weerstand bieden en vechten als Odysseus.’
Ik zou nog fragmenten kunnen citeren uit Altans magische krachtboek dat – wees gerust – lang niet alleen antieke personages en gedachten opvoert. Hij schreef het in de Hades, de onderwereld, zegt hijzelf. Dit slotcitaat van mijn blog komt net voor de laatste zinnen van zo-even: ‘Ik schrijf in een gevangeniscel. Maar ik ben niet in de gevangenis. Ik ben een schrijver. Ik ben noch waar ik ben noch waar ik niet ben.’
Trigger voor deze blog: de vrijlating van Ahmet Altan.
Ahmet Altan, Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis, De Bezige Bij, 2018.
Boëthius, Troost in filosofie. Vertaald en ingeleid door Piet Gerbrandy, Damon, 2019.
Gezant van Carthago, hand in het vuur: het bekendste verhaal dat deze uitdrukking verklaart gaat over de Romein Gaius Mucius Scaevola die voor de Etruskische koning zijn onverschrokkenheid liet blijken door zijn hand letterlijk in vuur te steken.
Je hebt een idee dat in deze reeks blogs past? Mail het naar Patrick De Rynck.



Dit is een prachtige hic er nunc, Patrick, zo inspirerend. Geloof in de kracht van het woord. Dank je wel. Ik heb de blog over epicurisme en stoïcisme net gisteren in de les gebruikt, deze is voor volgende week.
Beste Muriel,
Er is geen groter plezier dan te weten dat je teksten in de klas worden gebruikt! Inderdaad, de kracht van het woord!
Groet!
PDR
Gelukkig is de titel van zijn boek geen waarheid geworden. Zo kunnen we misschien nog nieuwe inspirerende werken van Altan verwachten.
Dank je voor deze filosofische hic et nunc , Patrick! De griekse mythologie blijft zo levendig!
Beste Ann,
Dank voor je fijne reactie! Ja, en nu hopen dat Ahmet A op vrije voeten blijft.
Er komt nog wel meer filosofie aan. Heerlijke bron om je aan te laven.
Vriendelijke groet,
PDR
Beste, ik ben nu aan het luisteren naar de soundtrack van de film Gladiator terwijl ik jouw blog lees. Magische combinatie. Filosofie, Rome, kunst en zoveel meer brengen mij in die fascinerende wereld die van mij is. Waar ik mij kan terugtrekken wanneer het even moeilijker gaat. Zoals ieder van ons eens ervaart. Ok ben blij met de blog, het brengt vooral Rome terug wat dichter nu reizen nog niet kan… (heb al meer dan 20x Rome bezocht). Vriendelijke groet, Caroline.
Beste Caroline,
Wat mooi om te lezen, je magische terugtrekcombinatie. En ja, Rome, laten we hard hopen…
Groet!
PDR